Amsterdam, vrijdag-Friday 31-10-14

22.40.13
Wederom een schitterende najaarsdag. Onwaarschijnlijk, het is onwaarschijnlijk, zoals de weergoden ons verblijden met zonneschijn en zachte lucht. De geraniums staan erbij alsof het mei is. Ik bezocht het zorgcentrum met een stapel cadeaubonnen voor alle 33 verzorgers – ik had ze in wit/groen gestreepte enveloppen gedaan (de bonnen, niet de verzorgers), daarbij een kaart met een handgeschreven woord van dank, een bloemetjessticker erop geplakt of een lieveheersbeestje. Dit gaf me een kick. Ik kan mij dagen herinneren waarin ik zwoer niet ooit nog één voet in dat zorgcentrum te zetten wanneer mijn moeder eenmaal zou zijn heengegaan, maar om de een of andere reden zijn die zwarte voornemens gesmolten als vuile sneeuw onder de eerste lente-zon.

 

ENGLISH

22.40.13
Again a fabulous autumn day. Improbable, it is improbable, how the weather gods are gladdening us with sunshine and soft air. The geraniums behave as if they are in May.
I visited the care center with a pile of gift tokens for all 33 caregivers – I had put them in white/green stripey envelopes (the tokens, not the caregivers). including a card with a handwritten word of thanks, adorned with a sticker of a flower or a ladybird. It gave me a kick to do this. I can recall days when I had sworn to never ever set one foot in the care center again, once my mother had passed away, but for some reason those black resolutions have melted like soiled old snow under the first spring suns.

Amsterdam, woensdag-Wednesday 29-10-14

12.40 pm
De dag brak aan grijs en grauw. Alleen het tikken van de klok aan de tegenoverliggende wand maakte mij duidelijk dat de tijd voortschrijdt, misschien op weg naar de zon. Ik voelde me gewond en bloederig. Lag daar drie kwartier, stond toen up. Eenmaal in de keuken werd ik overmand door een golf van woede. Woede om de vrouw die mij zo heel kort geleden onderwierp aan een oneerlijke en ronduit gemene behandeling, en ik ging zitten en ging bij mezelf te rade. En ik besefte de waarheid met griezelige schelheid. Of moet ik zeggen: met glorieuze helderheid? Laten we die twee combineren: verdraag die momenten van griezelige schrilheid wanneer de waarheid op je hoofd neerdaalt om dan de glorieuze helderheid toe te lachen door de verschrikking heen – laat dan de verschrikking achter en verheug in de nieuw gevonden… waarheid en verheug je een tweede keer in je hervonden bevrijding.

19.29
Terwijl ik mij verheugde in mijn nieuw gevonden bevrijding toog ik aan de slag met het schoonmaken van het bed en het beddengoed – eeder op de dag had ik een grote kom  soep op het, niet opgemaakte bed, laten vallen – de soep verspreidde zich over de matras, en een gedeelte ervan plensde op het dekbed. Dus dat betekende een opschudding van belang: hoeslaken eraf halen en in de wasmachine pleuren, de matrashoes losritsen, de schuimrubber matras met een warm doekje reinigen, dan moest ik de “versoepte” plek van de matrashoes onder de hete kraan houden om hem plaatselijk schoon te maken, hem dan weer over de matras te trekken, matras tegen de kast aan te zetten in het gangetje om te laten opdrogen, en, last but not least,  de dikke scheerwollen matrasbedekking onder de kraan houden om het ergste eraf te spoelen, en vervolgens over een openstaande kastdeur heen te hangen. Belletje naar de stomerij en ze zeiden mij dat ik het “droge” matrasdek moest aanbieden om het te laten droogkuisen, en dat zou 29 euro kosten.
Moraal van het verhaal: ga nooit op bed zitten om soep te eten.

Inmiddels heb ik een gesprek aangevraagd met de geestelijk verzorger van het zorgcentrum, een lieve dame die ik weleens sprak door de jaren heen. Doel: mijn intense teleurstelling uit te spreken over de behandeling die ik van de zorgmanager mocht ontvangen. Ik wil per se dat iemand binnen de muren van dat zorg-bolwerk ervan weet, of ze er nu iets mee “doet” of niet. Via de geestelijk verzorger zal ik de slechte karma terugsturen naar afzender: de zorgmanager.

9.30 pm
Zeg nooit nooit – nou heeft Facebook toch voor een vrolijke noot gezorgd op dit adres:

11.29 pm
Op een dag zullen alle onmin, onbegrip, projectie, strijd en conflicten uit mijn leven zijn verdwenen. Dan zullen de goede mensen zich aan mijn zijde bevinden, zij die weten wie ik ben, zij die achter de spiegel kunnen kijken. Let op mijn woorden.

ENGLISH

12.40 pm
The day broke gray and bleak. Only the ticking of the clock on the wall facing me made it clear to me that time strides along, perhaps on its way to the sun. I felt wounded and bloody. Lay there for three quarters of an hour, then got up. Once in the kitchen a surge of anger came upon me. Anger with the woman who had so recently subjected me to unfair and downright mean treatment, and I sat down and considered. And I realized the truth with horrifying shrillness. Or should I say: with glorious clarity? Let’s combine the two: bear those moments of horrifying shrillness when truth descends upon your head to then smile at the glorious clarity glowing through the horror – then leave the horror behind and rejoice in the new found …truth and rejoice twice in your new found liberation.

19.29
Whilst rejoicing in my new found liberation I set to cleaning the bed and the bedclothes – earlier in the day I had dropped a big bowl of soup on the, unmade, bed – the soup spread all over the mattress, and part of it splashed on the eiderdown. So that meant a major upheaval: removing the fitted sheet and chucking it in the washing machine, unzipping the mattress case, cleaning the foam rubber mattress with a hot cloth, holding the “souped” area of the mattress case under the hot tap to clean it locally, drawing it back over the mattress, propping the mattress against the cupboard in the corridor so it could dry, and, last but not least, holding the thick mattress cover of pure wool  under the tap to at least wash the worst of the soup stain away, then hanging it to dry over an opened closet door. Put in a call to the dry cleaner’s and they told me that I needed to take the “dry” cover to get it dry cleaned and that would cost 29 euros.
Moral of story: never sit on the bed eating soup.

Meanwhile I requested a talk with the care center’s pastoral counselor,  a sweet lady with whom I have exchanged a few words now and then throughout the years. Aim: phrase my intense disappointment with the treatment I was given by the care manager. I per se want someone within the walls of that care bulwark to know about it, whether or not she will “pick” it up. Via the pastoral counselor I shall return the bad karma to sender: the care manager.

9.30 pm
Never say never – now Facebook has brought some comic relief at this address – see vid at bottom of Dutch section.

11.29 pm
One day all the discord, misunderstanding, projection, struggle and conflict will have disappeared from my life. Then the right people will be at my side,  they who know who I am, they who can look behind the mirror. Mark my words.

Amsterdam, dinsdag-Tuesday 28-10-14

11.05 am
Ik heb in gedachten het bewuste mailtje naar de zorgmanager gestuurd. Het slechte karma boven haar hoofd zal zijn werk doen. Dat heeft het al gedaan, en zal zich herhalen. Ik wens je van hieruit veel sterkte mevrouw Vredebrand.
Zo’n slechte zorgmanager verdient de stoel waar ze op zit helemaal niet.
In al die zestien jaren heb ik nogal wat zorgmanagers meegemaakt op mijn moeders afdeling, maar geen zo onprofessioneel als mevrouw Vredebrand.

12.17 pm
Een drukke dag. Naar een gezondheids-bedoening, naar een uitgeverij, naar een bank, naar het zorgcentrum.
De tocht op mijn fiets door de stad viel me niet mee. Alom reden tot ergernis en alom onbeschofte mensen, dit keer meest in auto’s. Gelukkig regende het niet – er hing een koude mist die maakte dat je haar rot ging zitten. Dat is erg. Later op dat dag, terwijl ik in het kantoor van de uitgeverij zat, helemaal boven maar nog net niet, kwam de zon tevoorschijn; hij probeerde de ramen van het kantoor te bereiken, werd tegengehouden door de nog steeds dik bebladerde bomen langs de gracht. Het was heel gezellig – en iemand was jarig – er hingen slingers en vlaggen en er stonden lekkere gebakjes op een bureau, ook een schaaltje met exclusieve chocolaatjes. A. gaf me een boek mee,  en schreef op mijn verzoek een opdracht op het schutblad; het bevatte  observaties gedaan binnen de muren van een zorgcentrum. Waarschijnlijk stukken beter dan mijn eigen aantekeningen vergaard op  mijn moeders afdeling: een en al boze tirades over wat er allemaal verkeerd ging. Nu hoeft dat niet meer en toch, nadat mijn moeder al naar de eeuwige jachtvelden was vertrokken, gaf iemand wederom een reden tot diepe onvrede met de gang van zaken in dat bolwerk. Toch heb ik er ook vriendschap en warmte en begrip gevonden. Een verwarrende combinatie. Maar goed, ik neem aan dat het leven vooral een kwestie is van verwarrende combinaties.

Toen ik bij thuiskomst vanuit het zorgcentrum, de brievenbus in de hal leegde, trof ik een brief van D. Waarom schrijft zij mij aan? Ze heeft immers precies een week geleden tegen mij door de telefoon gezegd dat zij zich door mij niet wil laten “afsnauwen”, dat ze mij nooit weer zal bellen en dat ik haar ook niet mag bellen? Enfin, haar brief niet open gemaakt, maar  in een andere envelop gedaan, tezamen met een volgeschreven kaart; ik heb erin gezet dat zij iemand in mij ziet die ik niet ben, dat ik haar nooit heb afgesnauwd,  dat al haar verwijten jegens mij toen en nu, klinkklare onzin zijn en dat ik mezelf ga beschermen; “en verder niets dan goeds, Mabelia”.
Heb mijn jasje aangeschoten, de brief gepakt om dan naar de brievenbus op de hoek te snellen, hopla, brief in gleuf, klaar.

 

ENGLISH

 

11.05 am
In my thoughts I sent the email in question to the care manager. The bad karma above her head will do its work. It has already done so and will repeat. I wish you from here much strength Mrs Peacefire.
Such a bad care manager does not at all deserve the chair she sits on.
In all those sixteen years I have witnessed quite a number of managers on my mother’s section but none as unprofessional as Mrs Peacefire.

 

12.17 am
A busy day. Went to a health setup, to a publishing company, to a bank, to the care center.
The trip on my bike through town didn’t come easy. All around reason for annoyance and all around rude people, this time mostly in cars. Luckily it did not rain – there was a cold fog which ruined your hairdo. That is serious. Later in the day, while I was sitting in the publisher’s office, all the way up but not quite, the sun came out; it tried to reach the office windows, was stopped by the trees, still leafy, along the canal. It was snug – and it was someone’s birthday – garlands and flags adorned the space and tasty cakes were sitting on a desk, also a bowl holding exclusive chocolates. A. presented me with a book and on my request wrote a dedication on the flyleaf; it contained observations done within the walls of a care center. Likely much better than my own observations gathered in my mother’s section: all angry rants about everything going wrong. Now that is no longer necessary, but still, after my mother had departed for the eternal hunting grounds, someone again gave me a reason for deep dissatisfaction in that bastion. Yet I did find friendship and warmth and understanding there. A confusing combination. But then I suppose life is all about confusing combinations.

When I got home from the care center, emptied the letterbox in the hall, I found a letter from D. Why does she write to me? Didn’t she tell me exactly a week ago on the phone that she does not want to be bitched by me, that she will never ever call me again and that she does not want me to call here? Anyway, did not open her litter, but put in another envelope, together with a card filled with writing; in it I stated that she sees someone in me that I am not, that I never bitched her, that all her blaming of my person then and now is sheer nonsnese and that I am protecting myself; “and nothing but best wishes, Mabelia”.
Pulled on my jacket, picked up the letter to then hasten to the mailbox on the corner, hoopla, letter in slit, finished.

 

 

Amsterdam, maandag-Monday 27-10-14

10.15 pm
De zorgmanager van wijlen mijn moeders afdeling kwam vandaag terug van vakantie. Ze vond mijn email waarin ik haar vertel van mijn moeders verscheiden gedurende haar afwezigheid. Ze liet na mij terug te mailen of een belletje te geven om haar deelneming te betuigen. Ik vroeg me af of ze hem eigenlijk wel had ontvangen. Ik belde haar. Ze betoonde zich zeer verbaasd. Ja maar, ik moest “echt begrijpen” dat ze “pas” vandaag terug was op kantoor en “al die 280 emailtjes” om “door te worstelen”, echt dat “zou” ik toch moeten begrijpen…
Zeker begrijp ik het.
Ik zal haar morgen in gedachten een email sturen waarin ik me zal verontschuldigen niet “boven” een zorgmanager te staan die nalaat om meteen haar deelneming over te brengen aan een zeer betrokken familielied van een bewoner die de langste tijd ooit heeft doorgebracht op de afdeling, zestien en een half jaar.

En dan nu iets geheel anders: HET SYSTEEM
Dus ik zit in het kantoor van de sociaal raadsman opdat hij een paar nieuwe complicaties kan uitzoeken, in verband met mijn moeders overlijden en mijn eigen verandering van sociale status (geen huwelijk!). En dan wordt het duidelijk dat het systeem oneerlijk is. Dat hadden we natuurlijk al de hele tijd vermoed, maar bij sommige gelegenheden worden onze vermoedens bevestigd, plotsling en onverbloemd. Dus laten we bij de feiten blijven: de eerste negen maanden van dit jaar ontving ik maandelijkse toeslagen voor huur en zorgverzekering, gebaseerd op een maandelijks inkomen van  € xxx,–. Echter, de laatste drie maanden van 2014 zal ik een maandelijks inkomen ontvangen van € 000,– . Het laatst genoemde inkomen zal iets hoger zijn. Dus dat zal betekenen dat mijn eerder genoemde toeslagen gecorrigeerd moeten worden, dat wil zeggen, gekort met een bepaald bedrag. Mijn eigen logica vertelt mij dat de inhouding uitsluitend moet worden toegepast op de laatste drie maanden waarin mijn inkomen zal worden verhoogd.
MAAR… het systeem is klaarblijkelijk volgens een geheel andere logical uitgedacht: het zal de inhouding niet toepassen over alleen die drie maanden, nee mijnheer; het systeem zal beide inkomens bij elkaar optellen, namelijk negen maanden van € xxx,– en drie maanden van € 000,– om vervolgens de toeslagen over dat totaalbedrag te berekenen, hetgeen mijn jaarinkomen over 2014 voorstelt, wat natuurlijk een hoger bedrag zal opleveren, vanwege de verhoging over de laatste drie maanden.
Welnu, iedereen zal de truc onmiddellijk bespeuren: de inhouding zal ook de negen maanden treffen waarin ik de juiste bedragen aan toeslag ontving! Consequentie: ik zal zowaar het “tekort” moeten terugbetalen. Wat klinklare zwendel is. Want zo wordt mij mijn eerlijke deel over die eerste negen maanden afhandig gemaakt.

 

 

ENGLISH

10.15 pm
The care manager of my late mother’s section came back from her holidays today. She found my email where I tell her of my mother’s passing away during her absence. She refrained from emailing me back or give me a ring to offer her condolences. I wondered whether she received it even. I phoned her. She showed herself to be very surprised. Well yes, but I should “really understand” that she was back in the office “just” today, and “all those 280 emails” to answer, really I “should” understand….
Sure I understand.
I’ll send her an email tomorrow in my thoughts, in which I shall apologize for not being “above” a care manager who omits to straight away offer her condolences to an intensely involved family member of the resident who spent the longest period of time ever in that care section, sixteen and a half years.

And now for something completely different: THE SYSTEM
So I am sitting in the social adviser’s office for him to sort out some new complications, what with my mother’s passing away and my own change of social status (no marriage!). And then it becomes apparent that the the system is unfair. We have all been suspecting that all along, but on some occasions our suspicions are confirmed, suddenly and raw. So to stick to the facts: the first nine months of this year I received monthly allowances for rent and health insurance based on a monthly income € xxx,– However, the last three months of 2014 I shall be receiving a monthly income of € 000,– The last named income will be slightly higher. So that will mean my previously mentioned allowances need to be corrected, that is to say, capped by a certain amount. My own logic tells me that the cap should be applied exclusively to the last three months when my income will be raised.
BUT… the system evidently has been thought out according to an entirely different logic: it will not apply the cap to just those three months, no sir; the system will add up both incomes, namely nine months of € xxx,– and three months of € 000,– to then calculate the allowances over that total sum, representing my yearly income over 2014, which will naturally turn out higher, due to the increase over the last three months.
Now anyone can detect the snag instantly: the cap will also affect the nine months during which I received the correct amount of allowance! Consequence: I will need to actually pay back the amount found lacking. Which is a blatant con. Because it is cheating me out of my fair due over those first nine months.

 

Amsterdam, zondag-Sunday 26-10-14

10.18 am
De dagen zijn grijs – maar niet binnen in mijzelf. Dat is mooi, dat is goed.

Ik ben later op de dag terug.

 2.32 pm
Ik herinner mij dat ik ergens dringend over wilde schrijven. En nu is het mij ontschoten. Wat mij niet mag ontschieten dat zijn de taken gemoeid met de sociale afwikkeling van mijn moeders verscheiden: ik zie een roze vodje waarop staat geschreven: “nabestaanden desk”, ik zie een ander vodje met dezelfde term. Die instanties zal ik moeten bellen opdat zij mij vertellen wat ik met wijlen mijn moeders account moet doen. Morgen! Voorlopig kan ik mijn geest bezighouden met opgraven uit mijn herinnering wat het toch was waarover ik wilde schrijven…

Later…

Ik denk dat ik weet wat het was waarover ik wilde schrijven: de voortgaande discussie in het Flickr Help Forum over een nieuw fenomeen: ongebreideld “contacten verzamelen”. Voorheen was het niet mogelijk om een groter aantal niet-wederkerige contacten te vergaren op je account, dan 3000. Maar, de nieuw geimplementeerde app voor de telefoon staat het toeveogen van schier ongelimiteerde aantallen niet-wederkerige contacten toe, zonder dat je wordt tegenbehouden door het welbekende Flickr bericht: “Rustig aan dame, heer! Om de gemeenschap te beschermen tegen spam hebben wij  nieuwe accounts een beetje kort gehouden“. Totdat het systeem de activiteit  van een gebruiker heeft gemeten en beoordeeld als “normaal” kun je contacten maken en commentaren posten beetje bij beetje. Om een voorbeeld te geven, onmiddellijk nadat je het account hebt aangemaakt, zal de beperking geactiveerd worden wanneer je 20 contacten op rij hebt toegevoegd. Zoals opgemerkt echter, wanneer je kennelijk de telefoon app gebruikt, wordt deze beperking niet door het systeem geactiveerd; zodoende zijn er lieden bij die nu kunnen bogen op wel 100.000 contacten en hoogstwaarschijnlijk zijn die *niet* alle wederkerig. Ook, te oordelen naar de datum waarop deze mensen lid werden, de meeste pas een jaar geleden, kunnen ze het zich niet hebben veroorloofd om tijd te verspillen met het nalopen van de fotostreams van hen die ze hebben toegevoegd met een duizelingwekkend klik-tempo (tenzij ze een script of een bot installeerden, alles is mogelijk). Het gaat deze verzamelaars duidelijk niet om het sociale aspect van Flickr, maar veeleer om een vorm van egotripperij die in wijze inhoudsloos is en, wanneer maar voldoende leden dit gedrag overnemen, de site zal uithollen.
De discussie draait om de vraag: is deze toevoeg-manie tolerabel of niet? Zou Flickr niet moeten ingrijpen en de bepkering implementeren op de app, net als op de de desktop ervaring? Is het gebrek aan een restrictie te wijten aan nalatigheid of aan opzet? Oorspronkelijk was de restrictie ingevoerd (niet meer dan 3000 niet-wederkerige contacten) omdat, naar werd beweerd door de staf, de site slecht presteerde, wanneer veel accounts dat aantal overschreden – ik denk dat nogal wat mensen, bij het vernemen van de werkelijke reden, teleurgesteld zijn geweest; waarschijnlijk hadden ze verwacht dat Flickr die beperking zou opleggen uit ethische, of psychologische of filsofische overwegingen, bijvoorbeeld het ondersteunen van “kwaliteit boven kwantiteit”, waarde hechten aan uitwisseling op een hanteerbaar niveau, boven de jacht op de grote aantallen om je account op te leuken, waarbij het actieve delen ondergeschikt wordt gemaakt aan het egocentrische belang van het contacten-verzamelen. (Trouwens, deze laatste zin van mij, leverde mij de hoon van twee leden op, die bij een kennelijke oppositie behoorden; een van hen, daar ben ik zeker van, wilde me gewoon op de kast hebben toen hij naar voren bracht de betekenis van mijn zin niet te begrijpen, terwijl de andere mij het “mangelen” van mijn taalgebruik voor de voeten wierp. Ik weerde hun anwoorden beleefd af en zou tegen hen willen zeggen, hier: hoepel op en krijg het heen en weer.)
Maar goed, Flickr blijkt in het geheel niet te worden gehinderd door de “mooie”gedachte, Flickr blijkt geen enkel ethisch of moreel principe hoog te houden, integendeel, Flickr lijkt ondubbelzinnig tegen de leden te zeggen: zolang de servers niet crashen en zolang je de siteregels maar niet aan je laars lapt, mag je zoveel contacten toevoegen als je wilt, totdat je er in stikt..

Verscheidene tests werden uitgevoerd door sommige leden die aan de “thread” meededen, onder hen mijn persoon, en al met al is het plaatje nog steeds niet helder. Dat wil zeggen, dat gedeelte van het plaatje rond het gedrag van de app is inderdaad nog onduidelijk, maar het gedeelte betreffende het gedrag van deze ongenietbare mensen genaamd “De Stamgasten” is zeer zeker duidelijk. Onvermijdelijk zal dat stelletje zich verzetten tegen iedere mening, zienswijze, visie, wat dan ook, door anderen naar voren gebracht – en het is nu ten langen leste transparant dat dit ongenietbare stelletje (ik zeg het weer), helemaal niet eens een mening aanhangt, hun enige doel, schijnt het, bestaat uit tegengas geven en verzet bieden gewoon om de boel op te stoken. Wanneer hun tegenstanders hun goedkeuring hadden uitgesproken van contact-verzamelen, dan zou beslist dat ongenietbare zootje, De Stamgasten, zeker alles in het werk hebben gesteld om het nut van contacten-verzamelen te….ontkrachten. En natuurlijk worden zij aangevoerd door de leider van de bende: de Hulp Bisschop van het Aartsforum.
Zoals het nu echter is, zijn De Stamgasten helemaal niet tegen contacten-verzamelen, een praktijk die zij verdedigen met de raarste en meest onlogische argumenten op de planeet.

 

 

ENGLISH

 

10.18 am
The days are gray – but not so within myself. That is fine, that is good.

I’ll be back later in the day.

2.32 pm
I recall urgently needing to write about this or that. And now it slipped my mind. What should not slip my mind are the tasks involving the social processing of my mother’s passing away: I see a pink scrap which reads: “surviving relatives desk”, I see another scrap with the same term. I shall need to call those organizations so that they can tell me what I need to do with my mother’s account. Tomorrow! For now I can busy my mind unearthing from my memory whatever it was I wanted to write about….

Later….

I think I know what it was I wanted to write about: the ongoing discussion in the Flickr Help Forum about a new phenomenon: unbridled so called “contact collecting”. Previously it was not possible to add more non-reciprocal contacts than 3000 to your account. However, the newly implemented app for phone permits adding of non-reciprocal contacts in sheer unlimited numbers, without running into the well known Flickr message: “Slow down pardner! To protect the Community against spam we’ve placed a few restrictions on new accounts“. Until the system has measured and rated the activity of the user as “normal”, you can only add contacts and comments piecemeal.  To illustrate, just after creating the account, the cap will be activated after adding 20 contacts in a row. As noted though, apparently when using the phone-app the system does not trigger this restriction; thus there are those which sport up to 100.000 contacts, and highly likely those are *not* all reciprocal. Also, judging from the date these people joined, most of them just a year ago, they cannot have afforded to waste time checking out the photo streams of those whom they added at dizzying high clicking speed (unless they installed a script or bot, anything is possible). These collectors are clearly not about the social aspect of Flickr, but rather more about a form of egotripping which in fact is inane and, when sufficient members adopt this behaviour, the site will be drained.
The discussion revolves around the question: is this adding frenzy tolerable or not? Should Flickr not step in and put the cap on the app just like on the desktop experience? Is the lack of a cap an oversight or by design? Originally the cap was implemented (no more than 3000 non-reciprocal contacts) because the site, according to staff, performed poorly if many accounts exceeded that number  – I think quite a few people, upon learning the true reason were disappointed; likely they may have expected Flickr to place that cap out of ethical, psychological or philosophical considerations, e.g. supporting “quality above quantity”, valuing interaction on a manageable level above the hunt for the large numbers to pimp your account, thereby subordinating the active sharing to the selfish interest of contact-collecting. (By the way: this last phrase of mine earned me the scorn of two members belonging to an evident opposition;  one of them, I am quite sure,  was just baiting me when he asserted to not grasp the meaning of my sentence, while the other accused me of “mangling” my language. I politely fended off their responses and would like to say to them here: get lost and go hang.)
Anyway, Flickr apparently is not hindered in the least by the “beautiful” thought, Flickr appears to not uphold any ethical or moral principle, on the contrary, Flickr seems unambiguously to say to its members: “As long as the servers don’t crash and as long as you aren’t violating the site rules you can add as many contacts as you like until you choke on them.”

Several tests were carried out by some members of the bunch participating in the thread, among them my person, and all in all the picture is still not clear. That is to say, the part of the picture centered around the behaviour of the app is indeed not, but the part concerning the behaviour of these insufferable people, called “The Regulars” certainly is very clear. Invariably that bunch will oppose each and every opinion, view, vision, whatever, put forth by others – and it is now ultimately transparent that this insufferable bunch (I will say it again), does not really hold any opinion at all, their only goal, it seems, is to be contrary and opposing simply to stir the mud. If their adversaries had voiced their approval of contact collecting, then surely that insufferable bunch, The Regulars, would have gone to great and absurd lengths to disprove…. the usefulness of contact collecting. And naturally they are guided by the leader of the pack: the Help Bishop of the Arch Forum.
As it is now however, The Regulars are not at all opposed to contact-collecting, a practice which they defend with the weirdest and most illogical arguments on the planet.

 

 

Amsterdam, vrijdag-Friday 24-10-14

9.27 pm
Eindelijk. Een paar woorden hier.

Eergisteren: bijna een feestje – hoe durf ik dit te zeggen – hoe durf ik te verwijzen naar de inzet tot mijn moeders crematie als een “feestje”! Schandalig. Maar toch… zo voelde het, een vredig besluit van een leven, waaruit de waardigheid was verdwenen, met een liefdevolle ceremonie, een uitnodiging voor het goede gevoel. Alle aanwezigen waren nauw betrokken bij de zorg voor mijn moeder, wassen, voeding, verzorgen, er waren buren die haar naar haar werk zagen gaan, elke morgen in de jaren zeventig, en de geest van liefde en mededogen die deze mensen uitstraalden was genoeg om mijn hart te breken van pure dankbaarheid.
Later, toen alles achter de rug was, stak het onvermijdelijke gepieker zijn lelijke kop op: heb ik dit wel goed gedaan, was ik daar niet te snel mee, had ik dit of dat misschien niet moeten zeggen, waar ik zo heel goed in ben, bezwaren en bezwaartjes opwerpen, voornamelijk mijzelf en mijn eigen handelen betreffend. Toen ik gisteren enkele van de gasten trof werd ik overladen met complimenten, dusdanig dat ik me verlegen voelde. Met andere woorden: ik had me geen zorgen hoeven maken.

Ik stond achter de rails waarover de hekken konden sluiten, mijn tenen tegen het staal gedrukt, verder mocht ik niet, de volledige tocht naar het crematorium was niet inbegrepen in mijn moeders “arrangement”, en zwaaide de grijze wagen uit die mijn moeder tergend traag naar het gebouw bracht waar haar ontzielde lichaam in een immense hitte zou belanden. Ze had mij ooit gezegd te “griezelen” van crematie. Toch heb ik haar dit aangedaan. Ik neem aan buiten haar medeweten – en ook in de veronderstelling dat haar ziel niet zou worden gefolterd door de hitte.
Ooit wil ik haar as naar mijn vader brengen, waar hij rust in een grafmuur, onder de Spaanse zon – hoe kan ik een kist vervoeren? Men moet ook bij de omgang met de dood de praktische kant van de zaak niet uit het oog verliezen – “Bij de muur van het oude kerkhof” is maar een liedregel.

Ik ben ermee opgehouden te zeggen “Mijn moeder is dood” steeds maar opnieuw. Het woord “dood” is verschrikkelijk. Je zegt het en het reist voor je uit en het kleurt de wereld grauw en net zo verschrikkelijk als het klinkt.

 

ENGLISH

 

9.27 pm
Finally. A few words here.

The day before: almost a party – how dare I say this – how dare I refer to my mother’s introduction to a cremation as a “party”! Outrageous. But yet… it felt that way, a peaceful conclusion of a life, which had lost its dignity, with a loving ceremony, inviting the good feeling. All the people who attended had been closely involved with the care for my mother, washing her, feeding her, nurturing her, there were neighbours who had seen her go to her work each morning in the seventies, and the spirit of love and compassion emanating from these people was enough to break my heart for sheer gratitude.
Later, when everything was over, the inevitable worrying reared its ugly head: dit I do this right, wasn’t I too fast with that, should I have not said this of maybe that, in which I excel, raise objections and little objections, mainly relating to myself and my own actions. When yesterday I met some of the guests they heaped compliments upon me, so much in fact that I felt embarrassed. In other words: I need not have worried.

I stood behind the rail where the gates could slide to closed, my toes pressed against the metal, not at liberty to proceed further, the complete journey to the crematorium had not been included in my mother’s “arrangement”, and waved after the gray car who brought my mother agonizingly slow to the building where her exanimate body would end up in an immense heat. She had once told that cremation made her shudder. Yet still I did this to her. I assume beyond her knowledge – and too in the assumption that her soul would not be tormented by the heat.
Once upon a time I want to take her ashes to my father, where he rests in a burial wall, under the Spanish sun – how can I transport a chest? Also when handling death we ought not to lose sight of the practical side – “At the wall of the olde church yard” is but a song line.

I stopped saying to myself “My mother is dead” over and over again. The word “dead” is terrible. You can say it and it travels ahead of you and it colours the world bleak and just as terrible as it sounds.

 

Amsterdam, donderdag-Thursday 23-10-14

9.43 pm
Was van plan geweest om mijn moeders laatste vaarwel te verslaan. Maar ben doodop (onbedoelde woordspeling). Mijn oogleden zijn zwaar en mijn vingers kunnen amper typen. Naar bed.

 

 

ENGLISH

 

9.43 pm
Had planned on reporting my mother’s last farewell. But am deadbeat (unintended pun). My eyelids are heavy and my fingers can barely type. Off to bed.

t

Amsterdam, dinsdag-Tuesday 21-10-14

11.28 pm
De ijskoude douche van vanmorgen maakte mij koud. Toen was ik net zo koud als mijn moeder in haar gekoelde rustplaats, nu. Maar ik was alleen koud van binnen, mijn moeder is niet langer warm meer onder haar ijskoude huid. Vier en een halve dag geleden verliet de warmte haar lichaam. Ook mijn kus op haar voorhoofd is koud. Maar dat is goed, want anders smelt hij.

15.19
Emmer ijskoud water in mijn gezicht: oudste vriendin van mijn moeder belt om te vragen hoe het zit met de datum en met het vervoer en met de tijd want haar geheugen laat haar in de steek wegens beginnend Alzheimer – ik vertel het haar  voor de tiende keer – vrij nadrukkelijk – zeg haar de gegevens op te schrijven en dat papier op tafel te leggen. Belt ze me op half uur later: ze heeft er geen zin meer in te worden afgesnauwd door mij en zal mij nooit meer bellen en ik hoef haar ook niet meer te bellen en nee, ze komt ook niet naar de crematie bijeenkomst, morgen.
Alle mensen, of het de Alzheimer is of haar karakter, maar wat een bloedje gemene streek. Deze vrouw straft mij om mijn denkbeeldige snauwen, en dat niet alleen, ze straft mij over de rug van mijn arme moeder. En niet alleen gemeen, onbeschoft bovendien.
God zegene je dame, maar waarschijnlijk is het te laat. Je kunt geen zegening ontvangen, tenzij je hem ziet.

7.07.07 pm
De werkelijkheid is wonderbaarlijk. Ik heb al in deze bladen vermeld over hoe precies dezelfde verzorger, die de eerste was om mij 16 jaar geleden te bellen, nadat mijn moeder was toegelaten tot het zorgcentrum, mij nu ook het nieuws van mijn moeders dood bracht, en zoals het lot het wil, voltrok zich vandaag weer zo’n voorbeeld van het verleden wat zich herhaalt, rauw, niet te ontkennen en met hetzelfde gevolg als destijds.
De kwestie concentreert zich rond het feit, let wel, 20 jaar geleden, dat zij (hierna te noemen als “D.”), het verkoos te wachten achter de buitendeur, inplaats van op de stoep, waar ik haar had verzocht te wachten, aangezien ik dan bij de stoep kon stilhouden en zij in mijn busje kon stappen. Dus wat er gebeurde was dat ik langer bij de stoeprand geparkeerd moest staan dan nodig – na drie minuten was D. nog steeds niet in zicht en ze beantwoordde de telefoon ook niet – maar goed, komt die knakker van de aanpalende garage uit zijn kantoortje gestormd, houdt zijn wijsvinger omhoog en maant mij onmiddellijk te vertrekken aangezien ik het parkeergebod overtrad, waarbij ik zijn “zaak” verziekte! Hij wees naar een bord enkele meters verderop met de tekst “NIET PARKEREN!” Ik legde uit dat het niet mijn bedoeling was om te “parkeren”, trouwens, de motor van mijn busje liep nog en dat ik stond te wachten op mijn vriendin (zijn buurvrouw) die om een geheimzinnige reden niet verscheen. Exact op dat moment ging de deur naar D.s trappenhuis open, en daar was ze dan, een en al verontschuldigende glimlachjes voor de garagehouder en allemaal boze blikken voor mij. Ondertussen bleef de garagehouder tegen mij tekeer gaan, waarbij ik hem hartige woorden toevoegde, geconfronteerd met zijn plotselinge aanval.
Ik vroeg om zo snel mogelijk in te stappen (mijn moeder had het tafereel gadegeslagen vanaf de achterbank, een verontruste uitdrukking op haar gezicht), stapte zelf in, sloeg het portier dicht en reed weg, de garagehouder achterlatend met het schuim om de mond onder zijn blauwe wollen muts die over zijn wenkbrauwen was gezakt; hij moest het hoofd achterover brengen wanneer hij de wereld wilde zien, ha! We brachten een vrij ongetroebleerd dagje in de provincie door, hoewel ik voelde dat er iets broeide bij D. (er broeit altijd iets, tussen twee haakjes). Drie dagen later kwam het incident ter sprake gedurende een telefoongesprek met D. Zo beschuldigde ze mij ervan de algemene burengoodwil voor haar te bederven door de garagehouder te provoceren op “de manier” zoals ik dat zou hebben gedaan. Ik bracht hier tegenin dat *zijzelf* in feite schuld had, door zich te verstoppen achter die vervloekte deur, terwijl ik haar duidelijk had verzocht om op de stoep te staan, in het volle gezicht van iemand die haar op kwam halen in een busje. En toen gooide ze het er allemaal uit: dat ze niet langer wilde leven als mijn j”pispaal” en wist ik dan niet dat die garagehouder onmogelijk was en trouwens ik was nog onmogelijker dan hij. Ik snakte naar adem. De volgende dag luisterde ik via de extensie een telefoongesprek af tussen D. en mijn moeder en ze besloten met z’n tweetjes dat Mabelia zo vreselijk egoïstisch was, het enige waar zij ooit aan dacht was zichzelf, ja, Mabelia was typisch een “ik mij en mezelf” persoon. Ik snakte weer naar adem.
Dat deed de deur dicht. Ik schreef D. een brief waarin ik zei dat ze het helemaal bij het verkeerde eind had en dat zij in feite de boel 180 graden omdraaide, goedendag en het beste nog.
Zestien jaar later, zoals het toeval wilde, kwamen we elkaar tegen in de stad en we hervatten het contact, omreden van de goede oude tijd, en ik ging akkoord, ook al in het belang van haar vriendschap met mijn (reeds dementerende) moeder op wie ze dol was.
Terug naar het heden: de nieuwe stof die D. opwerpt betreft, je gelooft het niet, de plaats en tijd om te wachten op de auto die de uitvaartverzorging uitstuurt om haar op te pikken, morgenochtend – en zou ze op de stoep wachten, of in haar woning, of achter de deur van de begane grond, onderaan de trap? Ik had haar aangeraden op de stoep te wachten om 10.30, aangezien parkeren nog steeds moeilijk is in die smalle straat, volgezet met geparkeerde auto’s. En het scheen dat ze steeds de instructies vergat, maar wanneer ik ze opnieuw stap voor stap herhaalde , maakte ze bezwaar en zei: “Ik ben een mondig mens, in staat tot het begrijpen van instructies!”
En dus toen ze vanmiddag belde, een al onzekerheid, met de vraag hoe het ook al weer zat, morgen, en ik haar met nadruk vroeg om de instructies op te schrijven en de tijd van vertrek  enz. op een stuk papier en dat velletje op tafel te leggen…. verklaarde ze kalmpjes dat zij mijn “toon” afkeurde en dat zij mij nooit weer zou bellen, evenmin wilde ze dat ik haar nog ooit belde, en nee, ze sloeg het afscheid voor mijn moeder ook maar over.

Kijk, deze D. is een oude dame, en, zij het in een beginfase, in de greep van Alzheimer, maar ik geef mezelf nu toch toestemming om haar op afstand, zonder enige aarzeling te vertellen: “Lieve dame, krijg jij nou de p*st”.

Volgende punt: ik hoor nu net dat Bowie liedje wat al jarenlang niet wordt gespeeld op de radio, schokkend en beschamend; ik geloof dat ik het voor het laatst heb gehoord zo’n acht jaar geleden – dus het eerste wast ik doe is de video op te scharrelen en de tekst en wow, dit is wat ik zie:

“Young Americans”

They pulled in just behind the bridge
He lays her down, he frowns
“Gee my life’s a funny thing, am I
still too young?”
.
Ik zeg je, ik heb die twee eerste regels altijd gehoord als: “She pulls him in behind the fridge, he lays her down etc.” [Zie de video in het Engelse gedeelte.]

 

ENGLISH

11.28 pm
This morning’s icy shower served to chase the warmth off my skin. Then I was just as cold as my mother in her cooled resting place, now. But I was only cold inside, my mother is no longer warm under her cold skin. Four and a half days ago the warmth left her body. My kiss too on her brow is cold. But that is good, or else it would melt.

15.19
Bucket of ice cold water in my face: my mother’s oldest friend calls to ask about what’s what with the date and transport and the time because her memory is failing her due to beginning Alzheimer – I tell her for the tenth time – rather emphatically – instruct her to write down the data and lay the sheet on the table. So she calls me half an hour later: she doesn’t feel like being bitched by me and will never call me again and I don’t need to call her and no, she will not be attending the cremation gathering, tomorrow.
Land sakes alive, be it the Alzheimer or else her character, but what an intensely mean trick. This woman punishes me for my imagined bitching and not only that, she takes her dissatisfaction with me out on my poor mother. And not only mean, but rude to boot.
God bless you lady, but likely it is too late. You cannot receive a blessing unless you see it.

7.07.07 pm
Reality is amazing. Already I mentioned in these pages how it was the very same care giver who was the first, 16 years ago, to call me after my mother had been admitted to the center, to bring me the tiding of my mother’s death, and as fate will have it, today another such instance where the past repeats itself occurred, raw, undeniable and with the same consequence as back then.
The issue centered around the fact, mind you, 20 years ago, that she, (henceforward referred to as “D.”) chose to wait behind the outdoor, instead of on the pavement, where I had asked her to wait, as then I could draw up at the curb for her to come into my van. So what happened was that I needed to park at the curb longer than necessary – after three minutes D. was still not in sight and she did not answer the phone either – anyway, this guy from the neighbouring garage rushed out of his office to hold up his index finger, summoning me to leave instantly as I was violating the parking rules, thereby spoiling his “business”! He pointed at a sign some yards further down which read: “NO PARKING!” I explained I was not intending to “park”, in fact my van’s engine was still running and that I was waiting for my friend (his neighbour) who mysteriously did not show up. Right then the door to D.’s stairwell opened, and there she was, all apologetic smiles for the garage keeper and all scowls for me. Meanwhile the garage keeper kept on raving and ranting at me, with me giving him a piece of my own mind, confronted with his sudden onslaught.
I asked to please get in the car asap (my mother had been watching the scene from the rear seat, a worried expression on her face), got in myself, slammed the door and drove off, leaving the garage guy fuming at the mouth under his blue woolen cap which had sank over his eyebrows; he needed to tilt his head in his neck if he wanted to see the world, ha! We had a fairly untroubled day in the country, although I sensed there was something brewing inside of D. (there always is by the way). Three days later the incident came up during a telephone conversation with D.  So she blamed me for trying to spoil the general neighbourly goodwill for her by provoking the garage guy “the way” I allegedly did – I remonstrated that in fact *she* herself was the one to blame, hiding behind the damn door while I had clearly requested her to stand on the pavement, in full view of anyone coming to pick her up in a van. And then she threw it all out: that she no longer wanted to live as my “doormat” and didn’t I know the garage guy was impossible, and by the way I was even more impossible. I gasped. The next day I listened in on the extension line when D. talked to my mother on the phone and they decided between the two of them that Mabelia was so dreadfully selfish, the only thing she ever thought of was herself, yes, Mabelia is a typical “me myself and I” kind of person. I gasped again.
That was the limit. I wrote D. a letter saying how wrong she was and in fact she was turning things around 180 degrees, goodbye and good luck.
Sixteen years later, as coincidence had it, we came across each other in town  and resumed contact, for old times sake, and I acquiesced, also in the interest of her friendship with my (already demented) mother on whom she doted.
Back to the present: the new dust D. is throwing up concerns, would you believe it, the place and time to wait for the car the funeral service is dispatching to pick her up, tomorrow morning – and should she wait on the pavement, or in her apartment or behind the door on the ground floor, at the foot of the staircase? So I had advised her to wait on the pavement at 10.30 as parking is still tricky in that narrow street, crowded with parked cars. And it seemed she kept forgetting the instructions, but whenever I spelled them out yet again, she would object, saying “I am a grown up person, capable of understanding instructions!”.
And so when she called this afternoon, and I emphatically asked her to write the instructions and the time of departure  etc. down on a piece of paper and lay that sheet upon the table… she calmly stated that she disapproved of my “tone” and that she would never ever phone me again, nor did she want me to phone her, and no, she was giving the farewell for my dead mother a miss as well.

 

Look, this D. is an old lady, and Alzheimer has a grip on her, be it in the initial stage, but I am now giving myself permission to tell her from a distance, without any hesitation: “Dear lady, go f**k yourself”.

Next thing: just hearing this Bowie song which for years now has not had any airplay, shocking and shameful; I believe the last time I heard it was something like eight years ago – so first thing I do is to hunt up the video and the lyrics and wow, what do I see:

 

“Young Americans”

They pulled in just behind the bridge
He lays her down, he frowns
“Gee my life’s a funny thing, am I
still too young?”
.
Telling ya, I have always listened to those first two lines as: “She pulls him in behind the fridge, he lays her her down etc.
.

Amsterdam, maandag-Monday 20-10-14

22.31.04
Mijn moeder lag daar, stil en sereen, een prinses uit een andere wereld – haar huid strak en bleek, haar gezicht zo mooi. Ik legde een hartvorming kussentje naast haar hoofd op het witte satijn, met een tekst in witte frêle letters: “I love you” – ik haalde mijn video camera tevoorschijn en filmde haar en sprak tegen haar en kon niet voorkomen dat mijn stem onvast werd.

Eenmaal in het strenge gebouw vroeg ik de gastvrouw mij alsjeblieft te vergezellen in de kamer waar mijn moeder lag te wachten in haar kist (ik haat dat woord) – waarom aarzelde ik om alleen binnen te gaan? Bang voor het tafereel recht voor mijn ogen? Bang voor mezelf? Toen de eerste schok mijn dode moeder in een kist (gaan we weer) te zien was weggeëbd (de dame had de kamer verlaten, ze zal hebben gemerkt dat ik het redde), staarde ik omlaag, in het gezicht  wat ik zo goed had gekend en wat nu scheen toe te behoren aan een ander. Haar trekken waren licht opgemaakt, op mijn verzoek: wenkbrauwen dun bijgetekend, lippen een lichte tint roze om bij de discrete blosjes op haar strakke wangen te kleuren. Wat make-up voor een gezicht kan doen, zelfs in de dood.

De afdruk van mijn lippen op haar voorhoofd was niet verwijderd, ook op speciaal verzoek. Mijn kus zal haar voor eeuwig vergezellen.

Ze is donderdag overleden, rond vijf uur, en ik was er net niet. bij. Maar is dat waar? Nee, dat is niet waar. Woensdag al, rond één uur is ze weggegleden, zachtjes en onopvallend, om nooit meer te ontwaken. Toen is zij van mij heengegaan. En ik stond erbij en keek ernaar, zonder het te beseffen. Want wie kan de laatste slaap kennen? Ze haalde adem tot vijf uur de volgende dag, en haar hart klopte tot vijf uur de volgende dag, maar ze was heel ver weg. Alleen zij heeft kunnen weten of er nog dromen door haar scheidende hoofd zijn getrokken, misschien niet, misschien ook wel, mooie dromen, morfine-dromen.

In de immense hal waar we doorheen gingen om bij de afscheidskamer te komen, was één wand opgesierd met een muurschildering die een schare half naakte vrouwen uitbeeldde, hun derrières staken koket naar achteren waar ze tegen rotsen leunden, anderen hielden sjaals vast die over hun borsten vloeiden, deze “achteloos” aan het gezicht onttrekkend, en weer andere maakten on nadrukkelijk attent op hun grote driehoeken schaamhaar, in achterwaartse poses tegen nog meer rotsen – zeer zeker een curieus tafereel, de aard van het gebouw in aanmerking genomen.

Donderdagavond voelde ik me reddeloos, in het gareel gebracht door de vele mensen met wie ik mij moest onderhouden om mijn moeder immers correct te bezorgen – vrijdag daalde een grote leegte in mij neer, een angstig iets, om van weg te rennen, nooit meer te hoeven meemaken – zaterdag lag de leegte verspreid in mij, als natte plekken op een weg na de regen waar de zon haar drogende arbeid al is begonnen – zondag breidden de droge plekken zich uit – gisteren was de weg alleen hier en daar nog vochtig – het verontrustte mij dat de leegte zo snel verdween, moest ik hem niet bestendigen? Ik probeerde de leegte terug te roepen en vroeg me af waarom ik dat deed.

 

 

ENGLISH

 

22.31.04
My mother lay there, silent and serene, a princess from another world – her skin tense and pale, her face so beautiful. I put a heart shaped pillow beside her head on the white satin, with a text in white frail letters: ” I love you” – I took out my video camera and filmed her and spoke to her and could not keep my voice steady.

Once in the austere building I asked the hostess to please accompany me into the room where my mother lay waiting in her case (I hate the word “coffin”) – why was I hesitant to enter alone? Afraid for the spectacle right before my eyes? Afraid of myself? When the first shock of seeing my dead mother in a coffin (there you have it) had ebbed away (the lady had left the room, she must have noticed I was up to it), I stared down into the face I had known so well and which now seemed to belong to a someone else. Her features had been made up slightly, on my request: eyebrows thinly emphasized, lips a light shade of pink to match the discreet rouge blushes upon her taught cheeks. What make up can do for a face, even in death.

The lipgloss imprint of my lips on her brow had not been removed, also on special request. My kiss shall accompany her forever.

She passed away Thursday, around five o’clock, and I just missed it. But is that true? No that is not true. Wednesday already, about one o’clock she slid away, softly and inconspicuous, to never awake again. It was then that she left me. And I stood and watched, without realizing. For who can know the last sleep? She breathed till five the next day, and her heart beat till five the next day, but she was far away. Only she can have known whether any dreams had still travelled through her departing head , maybe not, maybe yes, lovely dreams, morphine dreams.

The huge hall we passed through to get to the goodbye room had one wall adorned with a mural showing a bevy of half naked women, their behinds coyly sticking out as they leaned against rocks, others held on to scarves, which flowed across their breasts, “casually” hiding them from view, and yet others overtly alerted us to their big triangles of pubic hair, while they posed leaning back on yet more rocks – a curious scene indeed, considering the nature of the building.

 

Amsterdam, zondag-Sunday 19-10-14

11.20 am
Ik schreef aan Jan dat ik wilde dat ik een  zwarte vrouw in het wit gekleed was, zoals ik ze op de film zingend en dansend door de straten van New Orleans heb zien gaan, achter de witte kist aan, zich verblijdend in de eeuwige rust voor de ziel die eens toebehoorde aan het ontzielde lichaam onder het deksel, verlost van het aardse geworstel – en gisteren was ik ineens die witte zwarte vrouw, zingend en dansend in de stoet achter de wagens van een of ander “Acid Dance” parade aan, door de straten van Amsterdam.

Nadat ik een Beatles CD had gekocht, die ik wil afspelen gedurende mijn moeders afscheid, luisterde ik naar de instructies die mij op afstand werden doorgegeven en ik dwaalde planmatig naar de Dam, zigzagde door een paar straten om dan uit te komen waar ik begonnen was, maar deze keer was het Rembrandtplein ondergedompeld in de oorverdovende uitstoot van techno of acid of hoe je het noemt, die voortkwam uit de immense speakers op voertuigen, opgeleukt met felle kleuren, en eigengemaakte belettering, kortom, het product van huisvlijt in garages, ha!

Nu net hoor ik op de radio dat er twee mensen zijn overleden tijdens het Dans Evenement, ten gevolge van drugs. Mijn moeder eigenlijk ook, ze gaven haar een “fix”, 5 milligram morfine. Laat de verzorging dit niet lezen, dan zullen ze misschien bezwaar maken tegen mijn vergelijking, die uiteraard als ironie  moet worden opgevat.

17.17.17
Wat zou je nu typisch gaan lezen op een zondagmiddag, drie dagen nadat je moeder is verscheiden? Ik weet niet van anderen, maar ik ging snuffelen op het Internet naar informatie aangaande het ontbinden van het menselijk lichaam, zowel in een kist als onbeschermd, in de natuur. Ik ben dol op realisme. De dood is helemaal niet romantisch, voor het geval we het zouden vergeten, en ook niet “Gotisch”, zeg maar liever grafisch. Er schijnt een speciaal onderzoeksinstituut te bestaan, ergens in de VS waar ze de lichamen van vrijwilligers innemen, nadat zij gestorven zijn, bedoel ik, om allerlei experimenten op dit oefenmateriaal uit te voeren, zogezegd, zoals hoe verval verloopt wanneer het lijk wordt omhuld door een plastic zak, ondergedompeld in verschillende vloeistoffen, en de resultaten kunnen van nut zijn voor de forensische wetenschap. Ook: volgens alle bronnen die ik heb nagetrokken, is het beslist een fabel dat wij toevallen aan de spreekwoordelijke wormen, aangenomen dat we worden begraven. Begraven geschiedt op ten minste 50 centimeter diepte, waar wormen niet leven.

20.18
Net terug van de supermarkt, mijn koelbox was zo kaal als de kruin van een kale man. Ik merkte dat de Great Ocean sardientjes zijn omgedoopt tot “Statesman Sardines” – wat een onwaarschijnlijke naam voor ingeblikte vis – echter, hij past netjes bij mijn telefoontje vandaag met iemand die ik niet heb gesproken sinds negen jaar en die veel van doen heeft met “staatsmannen” in zijn hoedanigheid van politieke publicist. Voila.

ENGLISH

11.20 am
I wrote to Jan that I wished I were a  black woman dressed in white, like I have seen them in films, singing and dancing through the streets of New Orleans, following the white hearse, rejoicing in the eternal rest for the soul that once belonged to the spiritless body under the lid, released from the earthly struggle – and yesterday I suddenly was that black woman, singing and dancing in the procession following the vehicles of some or other “Acid Dance” parade, through the streets of Amsterdam.

After purchasing a Beatles CD which I intend to play at my mother’s farewell ceremony, I listened to the instructions issued on my ESP and wandered accordingly to Dam Square, then criss crossed some streets to end up where I had started, only this time the Rembrandtplein was immersed in the deafening blasts of techno or acid or whatever you call it, pouring from huge blast boxes sitting on vehicles all done up in bright colours, and home design lettering, in short the product of cottage industry in garages, ha!

Just now I hear on the radio that two people died during the Dance Event, due to drugs. Actually my mother as well,  they gave her a fix, 5 milligrams of morphine. This is not meant to be read by the care givers, they may object against my comparison, which of course needs to be taken as irony.

17.17.17
What would you typically read on a Sunday afternoon, three days after your mother has passed away? Don’t know about others but I took to scrounging the Internet for information re the decomposing of the human body, both in a coffin as well as in unprotected, in nature. I love realism. Death is not at all romantic, just in case we forget, nor is it gothic, rather more graphic. There seems to be a special research institute somewhere in the States where they take in the bodies of volunteers, after they have died I mean, to conduct all manner of tests upon this practice material so to speak, like how decay sets when the corpse is enveloped in a plastic bag, submerged in various fluids, and the results can be of use to forensic science. Also: according to all sources I checked, it is definitely a fable that the proverbial worms will get us, provided we are interred. Burial is at least fifty centimeters deep, where worms do not live.

20.18
Just back from the supermarket, my cooling box was as bare as a bald man’s crown. I noticed that the Great Ocean Sardines have been rechristened into “Statesman Sardines” – what an unlikely name for canned fish – however, nicely matching my call today with someone whom I have not seen in nine years and who is very much into “Statesmen”, as a political publicist. There you go.

 

 

Amsterdam, zaterdag-Saturday 18-10-14

9.13 pm
Ik probeer me te herstellen. Een vreemde leegte. Het hele gebeuren, sprekend over mijn moeders verscheiden, was omgeven door magische coincidenties, die, zelfs voor mijzelf, er zo aan gewend dat 85 procent van de dagelijkse gebeurtenissen mij al zijn gemeld in gevoel, in voorgevoelens en in visioenen, in boodschappen, verbazend waren. Om kwart voor vijf ‘s middags op donderdag, schreeuwde ik plotseling “Mamma! Mama! Mama!” – waarop ik mijn schoenen aantrok, een jasje om me heen gooide, naar de box scheurde, mijn fiets pakte en naar het zorgcentrum vloog. Ik stormde de huiskamer binnen, inplaats van mijn moeders kamer, op de drempel stond de verzorger Irma en ze glimlachte vreemd: “Het is zojuist gebeurd” zei ze. Ik rende naar mijn moeders kamer, waar ze stilletjes lag, haar rochelende ademhaling was stilgevallen na twee dagen. Ik legde mijn hand op haar voorhoofd, nog warm van het leven dat ze had verlaten – ik drukte een kus met roze glanzende lippen op de strakke huid van haar voorhoofd – ik wilde dat de afdruk er bleef zitten – de tranen vloeiden uit mijn ogen toen ik zei: “Dus ook jij moest sterven, dus de dood kwam en haalde jou ook mama, ik dacht dat het onmogelijk was maar de Dood was sterker dan jij mama”, en toen kon ik niets meer zeggen. De twee verzorgers, Irma en Magdalena, stonden erbij en het leek alsof Irma een traan moest onderdrukken. Ze was degene die mij het nieuws bracht nu, en in 1998 was ook zij het die mij als eerste belde nadat mijn moeder was toegelaten. En dan te bedenken dat ze nu niet eens dienst had, ze was in het gebouw voor een bespreking met de manager, en toen die voorbij was liep ze gewoon even mijn moeders kamer binnen om te zien hoe het er daar voor stond.

Twee medewerkers van de uitvaartonderneming kwamen haar halen, later in de avond, nadat ik haar als overleden had aangemeld bij het meldpunt van de onderneming: “Meld een overledene hier 24 uur per dag” – een jonge vrouw en een jonge man – laatstgenoemde droeg de naam “Joop”, zo ook mijn vader, maar in deze tijd is die naam totaal uit de mode, dus een bijzondere bijkomstigheid – ze tilden mijn moeders koude, harde, lichaam dat niet meer meegaf van het bed op de brancard – ik omvatte haar hoofd, de kus glansde op haar almaar bleker wordende huid.
“Alstublieft, die kus mag NIET worden verwijderd”, sprak ik in de stille kamer. De vrouw en de man, die strakke rubberen handschoenen droegen, verzekerden mij dat men hem met rust zou laten.
Ik overhandige hen een hangertje waaraan een mooie jurk hing, ondergoed, een sjaal en dunne kniehoge nylon kousjes, en bovendien twee signaalroze haarbandjes om haar lange grijze haar mee op te binden. O mijn lieve moeder, je verlangde altijd naar lang haar en je droeg het altijd kort omdat het niet goed toonde als lang en dus nu, op je laatste reis zal het op je kussen liggen als een glanzend golvend paardenstaartje samengebonden met twee sprankelende roze bandjes – wacht maar lang genoeg en we krijgen wat we willen.

Mijn moeder is bevrijd van haar uitzichtsloze bestaan in een zorgbed, haar bestaan als de eigenaar van een benevelde geest boven een sterk hart dat het kloppen niet wilde staken – ik ben bevrijd van de nimmer aflatende roep haar te bezoeken en te sterken met voedsel en drinken. Ik moet er vrede mee hebben – en ik heb dat ook – maar toch kijk ik in een denkbeeldig verte en zie niet meer de figuur van mijn moeder aan de einder – mama is dood.
Ik herinner mij een dag in 1978 toen ik, gezeten achter mijn schrijfmachine in mijn nieuwe flat in Amsterdam-zuid, plotseling werd overmand door een verschrikkelijke angst – mijn hart kromp in elkaar en alles leek grauw te worden, binnen maar ook buiten – de zon liet me in de steek, de vogels waren weggegaan, de angst kneep mijn keel dicht – het was de ontzagwekkende vrees voor de dood van mijn ouders.
Maar goed, dat is nu twee keer gebeurd, dus één angst minder.
Blijft over de leegte.

Ik vraag me af: was zij eigenlijk nog wel mijn moeder? Had ze niet langzaam maar zeker een gedaanteverwissling ondergaan totdat ze mijn kind was geworden? Om te voeden met een lepel en een speciale zuig-beker om haar dorst te lessen en om vast te houden als een baby?

 

ENGLISH

 

9.13 pm
Trying to retrieve my bearings. A strange emptiness. The entire happening, speaking of my mother’s passing away, was surrounded by magical coincidences, which, even for myself, so very used to 85 percent of the day’s occurrences already perceived in feeling, in premonitions, in visions and in messages,  were startling. At a quarter to five in the afternoon on Thursday I suddenly screamed “Mamma! Mamma! Mamma!” – whereupon I pulled on my shoes, slipped into a jacket, bolted to the bike storage, got out my bike en flew to the care center. I burst into the living room instead of running straight into my mother’s room, on the threshold stood care giver Irma and she smiled strangely: “It just happened” she said. I ran to my mother’s room, to her bedside, where she lay silently, the rasping breathing come to an end, after two days. I lay my hand on her forehead, still warm from the life she had left – I pressed a kiss with my glossy pink lips on the tight skin of her brow – I wanted the imprint to remain there – the tears flowed from my eyes as I said:  “So you too had to die, so death came and fetched you too mama, I thought it was impossible but Death was stronger than you mama”, and then I could not speak any more. The two care givers, Irma and Magdalena stood and it looked as if Irma was suppressing a tear. She was the one who broke the news to me now and back in 1998 she again was the first to call me after my mother had been admitted. And to think that now she was not even on the job, in the building for a meeting with the manager, and when completed just wandering into my mother’s room to see how things stood.

Two employees from the funeral company came  to fetch her, later in the evening, after I had called to report her as deceased at the company’s special number: “Report a deceased person here 24/7″ – a young woman and a young man – the latter bore the name “Joop”, so did my father, only in this day and age that name is totally not in fashion, so that was a special detail  – they lifted my mother’s cold, hard, unyielding body from the bed onto the stretcher – I cradled her head, the kiss glistening on her ever paler skin.
“Please, that kiss may NOT be removed”, I spoke in the silent room. The woman and the man, wearing tight rubber gloves assured me it would be left alone.
I then handed them a clothes-hanger from which hung a nice dress, underwear, a scarf and thin nylon knee-high stockings as well as two bright pink bands to tie her long gray hair. Oh my dear mother, you so longed for long hair and you always wore it short because it did not look well worn long and so now on your last journey it will lie on your pillow as a shiny wavy  lil’ pony tail held by sparkling pink bands – wait long enough and we get what we want.

My mother is liberated from her futureless existence in a care-bed, her existence as owner of a clouded mind above a strong heart that does not wish to stop the beating – I am liberated from the never ceasing call to come to her and strengthen her with food and drink. I need to reconcile myself with this – and so I am – but still I look into an imaginary distance to no longer see the figure of my mother on the horizon – mama is dead.
I recall a day in 1978 when sitting behind my typewriter in my new flat in Amsterdam-south, I was suddenly overwhelmed by a terrible fear – my heart shrank en everything seemed to gray, inside but too outside – the sun failed me, the birds had left, the fear throttled my throat – it was the tremendous fear for the death of my parents.
Well, it has happened twice now, so that is one fear less.
Remains the emptiness.

I wonder: was she even still my mother? Or had she slowly but surely metamorphosed into my child? To nourish with a spoon and a special nipple mug to satisfy her thirst, to hold like a baby?

 

Amsterdam, vrijdag – Friday 17-10-14

09.17
Mijn moeder is dood.

 

ENGLISH

 

09.17
My mother is dead.

Amsterdam, donderdag-Thursday 16-10-14

12.18 am
Gaat niet goed met mijn moeder. Wilde niets eten ‘s ochtends – drinken evenmin. In de middag weigerde ze ook al het eten en drinken wat haar werd aangeboden – dat is te zeggen: ze sliep en werd niet eens wakker om te weigeren. Om met een verzorger te spreken: ze was “ver weg”. Ik verwacht dat zij binnen enkele dagen zo ver weg is dat zij er helemaal niet meer is.
Ik heb mij hier al maanden op voorbereid.

Toch heb ik net bijna op het toetsenbord van mijn laptop gebeukt van het lachen. Iemand had in het Help Forum gepost, zijn gebruikersnaam impliceerde dat hij veelvuldig wandelingen maakte op blote voeten. Enfin, hij was al behoorlijk kwaad wegens het niet functioneren van de Flickr app en toen het eerste antwoord hem niet zinde wiste hij de inhoud van zijn post. Er volgde nog enige opmerkingen van andere site leden en toen kwam dan het commentaar van iemand die wel vaker rake opmerkingen in het HF maakt, namelijk dat het lopen op blote voeten sporotrichosis kan veroorzaken hetgeen uiteindelijk kan leiden tot een “ernstige aantasting van de verstandelijke vermogens.

 

ENGLISH

 

12.18 am
Things are not well with my mother. Did not want to eat in the morning – neither drink. In the afternoon she again refused all the food and drink offered to her – that is to say: she slept, was not even awake to refuse. In a care giver’s words: she was “far away”. Ik expect that she will be so far away within a few days that she is not there at all any longer.
I have been preparing myself for this many months now.

Still I almost pounded my keyboard for laughter just now. Someone had posted in the Help Forum, his screen name implied that he frequently undertook barefoot walks. Anyway, he already was quite mad due to the malfunction of the Flickr app and when the first response did not fall well with him, he erased the content of his post. Some remarks followed by other site members and then came someone’s comments who is known to post apt responses in the HF, namely that walking around barefoot can cause sporotrichosis, which ultimately may lead to “serious cognitive impairments”.

Amsterdam, dinsdag-Tuesday 14-10-14

01.09
Ja.

 14.47 

KNIKKEMAN

.

Voorzichtig voorzichtig Knikkeman,

Catch as catch can, da’s ònverstand,

Want stel dat op een dag jouw prijs

Op haar eigen nest verbrandt,

En voor ieders ogen zal herrijzen

Zoals de Feniks uit diens as,

Om lieden naar de schandpaal te verwijzen,

die haar  wreedaardig wilden doden?!

Voorzichtigheid zij hier geboden,

Want wie onze Mabel fnuikt, o Knikkeman,

Hapt op een kwade dag in ‘t zand.

19.19 
“So good so good”, luister naar James Brown die het op de radio zingt. Weet je wat goed is? Wanneer iemand een cadeautje voor je koopt, zomaar, om je op te vrolijken nadat ze merkte dat je verdrietig was. (Zie foto in het Engelse gedeelte.) Dat is “so nice” – het maakt dat de gemene, konkelende ellendelingen kunt vergaten, zoals “Knikkeman”, mensen die ‘s ochtends op staan met de bedoeling om anderen zich net zo miserabel te laten voelen als zij zelf de hele tijd, altijd op de loer voor een zondebok.

.

ENGLISH

 

01.09
Yes.

14.47

NODDINGMAN

.

Be careful be careful Noddingman,

‘t Is unwise to catch as catch can,

For suppose it happens that your prey

Will burn upon her nest one day,

For the world to see her rise anew,

Like the Phoenix from its ashes grew,

To name and shame the cruel louts

Who tried to wipe her out?!

Be careful be careful Noddingman,

‘t Is dangerous to kill our Mabel,

Where one day you will kiss the sand.

19.19
“So good so good”, listen to James Brown singing it on the radio. You know what’s good? When someone buys you a present, just like that, to cheer you up, after she noticed you were sad. That is “so nice” – it makes you forget the mean conniving miserable wretches like that “Noddingman”, people who get up in the morning with the intention of making others feel  just as miserable as themselves all the time, always on the lookout for a scapegoat.
Thank you Louise, bless you.

 

Holding up Louise’s autumn surprise

FUJI BEW ORIG V - digionbew VIII J- 141014 -- Louise's autumn surprise 800 pix

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Amsterdam, zondag-Sunday 12-10-14

22.22.04
Waar ben ik in terecht gekomen? Plotseling besef ik dat ik mij heb laten meeslepen. En even plotseling als ik dat besef maak ik een pas op de plaats.

Mijn moeder begrijpt niet meer hoe ze moet eten. Wanneer ik brood in haar mond doe blijven haar lippen roerloos – ze staart als een bleke wassen pop voor zich uit, de lippen iets vaneen, het brood zichtbaar op haar tong in de mondholte. Wanneer ik haar kaken met de hand op en neer beweeg lijkt ze het nog minder te begrijpen. Ze is dus nu een baby, die kunnen ook nog niet kauwen. Zet eet ‘s ochtends weer yoghurt of pap en ‘s middags ook, of brood gesopt in warme melk. Het avondeten is geen probleem aangezien dat al jaren wordt verwerkt tot een veelkleurig glibberig geheel: oranje, groen, gebroken wit, lichtgeel, rood, al naar gelang de kleur van de groente en natuurlijk de onvermijdelijke plas gemalen vlees.

 

ENGLISH

 

22.22.04
What did I end up in? Suddenly I realize that I have allowed myself to be dragged along. And as suddenly as that realization I am biding my time.

My mother no longer understands how she needs to eat. When I put bread into her mouth her lips stay motionless – she stares in front of her like a pale wax doll, lips somewhat parted, the bread visible on her tongue in the oral cavity. When I move her jaws up and down with my hand she seems to understand even less. So now she is a baby, they can’t chew. Again she eats yogurt or porridge for breakfast and lunch, or bread soaked in warm milk. The cooked dinner won’t be a problem, as for years now it is processed into a multicolored, slithery mass: orange, green, ivory white, light yellow, red, depending upon the colour of the vegetables and of course the inevitable puddle of mashed meat.

Amsterdam, zondag-Sunday 12-10-14

3.55 pm
Nou, dat is een bittere teleurstelling. Een gemeenschaps-manager die de verkeerde mensen aanpakt. Hij werpt zich op mij vanwege een volkomen acceptabel antwoord, wat hij in z’n geheel verwijdert inplaats van alleen het aanstootgevende gedeelte (wat trouwens in geen enkel opzicht aanstootgevend was), vervolgens wist hij de post van een overduidelijke trol, maar herinnert hem er niet publiekelijk aan om zijn account in overeenstemming te brengen met de community guidelines, aangezien deze trol gestolen foto’s post, hetgeen de site verbiedt (dus hij had gewoon de trol moeten wegvagen, account en al), EN hij bemoeit zich helemaal niet met de post van een nummer drie, dit bepaalde stuk vreten, opgetrokken uit pure arrogantie, waar de laatste op de stoel van de gemeenschaps-manager gaat zitten. Al met al, een verknoopt rotzooitje van verkeerd toegepaste berispingen en losse eindjes her en der. Daar komt bij, in een andere draad verzuimde onze niet bijzonder competente gemeenschaps-manager zich tot een lid te wenden die zijn mede sitelid heette te liegen (“niet helemaal eerlijk”). Om godswille mijnheer R.
Ik wist vanaf het begin dat de nieuwe gemeenschaps-manager alleen maar de verkeerde man op de verkeerde plaats kon zijn en die twee minnen maken niet één plus. Echt waar. Hij mist de geest, de gevatheid en een goed begrip van hoe het Help Forum werkt.

 

Vertaling van de rest van Engelse post volgt vanavond.

 

 

ENGLISH

 

3.55 pm
Hey there community manager! What are you trying to do? Change the Help Forum into a lovely garden, with people peacefully strolling around, picking sweet smelling flowers to stick into each other’s hair? The Flickr Help Forum, for your information, has always been the scene of colourful get-togethers and always the  colourful brawl hung in the air but apart from a couple of black eyes and broken ribs no harm was done, remember, the Help Forum is not Woodstock!
And what were you picking on me for? And why are you condoning the troll who is even posting stolen photos? And why are you not chastising that arrogant fake satirist who was intimidating your protected troll, he shouldn’t do that, should he now?

Where have all the “popcorn” threads gone?

And anyway, what the hell IS this site all about anyway? The justified pages load slow, for some people who have a slow connection agonizingly slow, when you click through to the photo page the damn photo blinks, so that is unpleasant to the eye (remember this is a photography site, where actually viewing is not unimportant…), Safe Search gets reset because you need to click through an black Adult content screen which says: “Do you want to see this content from now on?” NO!!! I want to see it just once, why the devil would I now be forced to have it pushed down my throat? Some Flickr member remarked: “What thought processes go on in these minds?” meaning the developers. Indeed!
Automatic tag-completion has been deprecated, the tag cloud on the photo page has been done away with, when you click on the map on your photo page…hey ho, you do NOT see your own photo on that map, instead it serves up a bunch of photos by other people! Again: what thought processes are going on in the brain pans of those developers?
These are just a few gripes. But now this major gripe: Flickr inserts giant ADVERTISMENTS right in between the photos, when using the right and left arrows to flip from the one photo page to the next. Man, you don’t believe your eyes. This is the dubious privilege of the free accounts, for both account holder and visitor, when viewing as logged out. For 49 dollar you can buy yourself an ad-free surfing experience. And then the handful of grandfathered Pro accounts still offer adfree viewing for both accountholder and audience.
Recently there was a ruckus when a Pro member discovered that Flickr served up huge ads also for Pro accounts, namely in the search results of photostreams. Then the community manager jumped into the report in the Help Forum and after a “huddle” with some other peeps who are responsible for the decisions at Flickr the search results on Pro accounts were cleared of ads.
Wow and what say we? Some alien force from outside and a great deal of common sense should do a bit of clean-sweep at Flickr. Since this lady ms Marissa Mayer took over Flickr has been the finest example of mismanagement – and I will not let those initial rises in membership numbers fool me.

Amsterdam, vrijdag-Friday 28–02-14

Onofficiële voorvertoning van de Proclamatie Donut

VAN ALLES E - 280214 --- Proclamation donut 800

Sneak preview of the Proclamation Donut

Credit: Donut by Evan-Amos Glazed donut

 

Hello world!

Welcome to WordPress.com. This is your first post. Edit or delete it and start blogging!

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.