For English scroll down
“I am beginning to believe that Mr. Right is the guy who makes the best fight. “
From: Asides #994©MabelAmber®
14.25
Ik heb gemerkt dat Facebook een uitstekende plek is om infiltratie acties te ondernemen. Je laat simpelweg een vriendschapsverzoek indienen door een van je contacten en wanneer de bewuste persoon even de moeite niet wil nemen om de vriendenlijst door te lopen alvorens tot acceptatie over te gaan (in voorkomend geval) dan ben je toch weer een stapje dichter bij degene waar het je om te doen is. En voorts blijft het voor sommige personen moeilijk om een simpel bedankje te plaatsen voor gedane diensten. Maar daarmee is het wel goed afgelopen.
22.30
Hoe goed zal iemand zich voelen wanneer zij worden bevrijd van pijnlijk knellende bindingen? Zonder meer kan ik zeggen: GOED. Dat een en ander gepaard kan gaan met vuur, rook en kruitdamp is niet erg, die horen erbij.
MOESTUIN
Een collega-blogger wil een moestuintje aanleggen. Toe te juichen. Zou ik ook wel willen, gesteld ik had een achtertuin. Mijn moeder kwam me in gedachten en haar eigen moestuin op het eiland in Australië. Ze had zaden gekocht, van alles, tomatenzaden, sperziebonen, lathyrus, pompoenen, watermeloenen, aardappels en komkommers. Dan had ze ook het briljante idee om de mest uit de ton te gebruiken… het betrof hier onze eigen uitwerpselen, zeg ik er bij, en de beste plek leek mijn moeder het tomatenbed; ze had ergens in een blad gelezen dat tomaten goed gedijden op alle soorten mest, mensenpoep incluis. OKee. Mijn vader groef een behoorlijke greppel waarna hij samen met mijn moeder de ton uit de buiten-wc ging halen. Ik keek toe. De ton werd omgekieperd, een ongelofelijk stank verspreidde zich onmiddellijk als een deken over het gehele erf. Ik besloot enkele extra meters tussen mij en het tomatenbed in aanleg te plaatsen. Mijn vader pakte de schep om de uitgeschepte aarde terug te gooien in de met poep gevulde greppel. Enfin, ik zag het aankomen, hij stond te dicht bij de rand, mijn moeder riep nog “Joop, pas op!” maar haar waarschuwing mocht niet meer baten, de aarde brokkelde af onder zijn voeten en plotseling stond hij tot halverwege zijn knieën in het zwart-bruine goedje. Gevloek vervulde de stinkende lucht.
Ik kan me verder herinneren dat de tomaten van dit bed er inderdaad prachtig uitzagen en ook goddelijk smaakten. Kort na de eerste oogst kregen we bezoek – mijn moeder serveerde tomatensalade bij de lunch, het bezoek smulde ervan, goh, hoe kreeg ze die tomaten toch zo sappig en zo vol en pittig van smaak? Mijn moeder keek mij heel ernstig aan en ik geloof dat ze mijn vader een schop onder de tafel gaf. We zwegen. “Kwestie van goede grond en regelmatige bewatering,” antwoordde ze kordaat.
Een maand of wat later kregen we op een dag bezoek van verwilderde koeien. Ze graasden wat rondom ons huis dat door een stevige omheining was omgeven. We maakten ons niet ongerust, ofschoon er wel een stier bij was. Middenin de nacht werd ik wakker door enorm geschreeuw. Ik sprong uit bed en holde naar de veranda: daar stond mijn moeder spiernaakt in de moestuin, beschenen door het maanlicht – ze schreeuwde en wapperde met een tafelkleed en ook smeet ze stukken hout en flessen naar zekere ongenode gasten die het op haar moestuin hadden voorzien: de runderen. Ik geloof dat mijn vader door alle commotie heen sliep.
‘s Ochtends stonden vader en moeder bij de schade: een volkomen platgelopen omheining. Mijn vader stak de handen uit de mouwen en rond vier uur ‘s middags prijkte de omheining er weer, verstevigd en wel. Mijn moeder meende dat dit wel afdoende zou zijn. Maar diezelfde nacht danste ze weer als een wilde rijzige blanke Walkure door de moestuin, de doeken wapperden en het hout en de flessen vlogen door de lucht in deze hernieuwde confrontatie met het onbuigzame vee.
‘s Ochtends inspecteerden mijn vader en moeder wederom de nieuwe schade: een volkomen platgelopen nieuwe omheining. Mijn vader stak wederom de handen uit de mouwen en rond vier uur in de middag was het tweede nieuwe hek verrezen, en dit exemplaar zou niet hebben misstaan rond de luchtplaats van de St. Quentin: 1.90 hoog, de balken nog dieper in de grond, de dwarsbalken dubbel gestut, en forse strengen prikkeldraad van paal tot paal, plus nog slierten aluminium folie die naargeestig kraakten in de wind.
‘s Avonds begon de spanning al te stijgen, we waren zwijgzaam, aten in stilte en gingen daarna meteen naar bed. ‘s Nachts ontwaakte ik en ging naar de veranda – zag mijn moeder, dit keer in kamerjas, achter de wc op de uitkijk staan – zag de koeien en hun stier, bij elkaar met z’n tienen, ontgoocheld naar de nieuwe versperring kijken, een meter of tien er vandaan.
Mijn moeder had gewonnen.
Maar een week later werd mijn moeders trots en glorie door andere ongenode gasten gevonden: een zwerm kraaien, met begerige kraaloogjes en scherpe pikkende snavels – niet zodra lag de moestuin verlaten of ze streken neer in het aardbeienbed en pompoenenbed om zich tegoed te doen aan de frisse veldgewassen. Een dag na hun eerste bezoek signaleerde ik mijn vader in de weer met een heel grote rol fijn kippengaas en een kist vol latjes. Rond vier uur diezelfde dag waren alle laag groeiende gewassen overhuifd door een beschermende laag gaas over de in de grond geplaatste latjes heen gespannen. De tomaten- en bonenstaken waren niet aan hun lot overgelaten maar glimlachten achter hun grijs gazen voile. Mijn vader had twee rechterhanden.
Welterusten,
Mabelia Van Amberhoven
ENGLISH
14.25
I have noticed that Facebook is an excellent place to undertake infiltration actions. You simply let one of your contacts send a friendrequest to the person in question, assuming that he or she will not take the trouble of checking the friendslist before accepting (if case of) and you will be a step closer to the person you’re after. And what’s more: very difficult for some people to post a simple thank you for services done. So that is the end of that.
22.30
How good can someone feel when they are freed from painfully pinching bonds? Without further ado I can say: GOOD. The fact that the process involves fire, smoke, powder-smoke is of no consequence, they go together.
KITCHENGARDEN
A fellow blogger wants to set up a kitchengarden. Admirable. Would love to do that myself, assuming I were in the possession of a backgarden. My Mother came to my mind and her own kitchengarden on the Australian island. Ze had bought seeds, all kinds, tomatoes, stringbeans, lathyrus, pumpkims, watermelons, potatoes and cucumbers. Then she hit upon the brilliant idea to use the manure from the barrel… this concerned our own excrements, I may add, and Mother judged the best place the tomatobed; she had read in some magazine that tomaties thrive really well on all manner of manure, including human poop. OKay. My Father dug a fairsized ditch after which he went to get the barrel together with Mother from the outhouse. I looked on. The barrel was turned over, an ubelievable stench spread like blanket immediately across the entire yard. I decided to put some extra meters between me and the tomatobed in construction. My Father took the spade to refill the ditch containing the poop with the original soil. Well, I saw it coming, he stood too close to the edge, my Mother did call out “John, careful now!” but her warning was to no avail, the soil crumbled under his feet and suddenly he found himself in the ditch, the brown-black stuff reaching halfway his knees. Curses filled the stinking air.
Another memory is that the tomatoes from this bed did indeed look great and tasted divine. Shortly after the first crop we received a visitor – my Mother served tomatosalad at lunch, the visitor tucked in, jeez, however did she get those tomatoes so juicy with that full and spicy aroma? My Mother gave me a very serious glance and I believe she kicked my Father under the table. We did not say a word. “A matter of excellent soil and regular irrigation,” she answered briskly.
A month or so afterwards we received a visit of cows run wild. They grazed around our house surrounded by a sturdy fence. They didn’t worry us, in spite of the bull among them. In the middle of the night I woke up through enormous screaming. I jumped out of bed and ran to the verandah: lo, my Mother starknaked in the kitchengarden, the moon shining upon her – she yelled and fluttered with a tablecloth and too she cast pieces of wood and bottles to certain gatecrashers who were after her kitchengarden: the cattle. I believe my Father slept through all the commotion. In the morning Mom and Dad stood at the damage done: a totally flattened fence. My Father put his shoulder to the wheel and by four o’clock in the afternoon there was a new fence to show off, strengthened and all. My Mother assumed that this would take care of the problem. But that same night again she danced through the kitchengarden like a wild tall pale Valkyrie armed with cloths, bottles and wood for a renewed confrontation with the unyielding cattle.
In the morning my Father and Mother once more inspected the new damage: a totally flattened new fence. My Father once again put his shoulder to the wheel and by four o’clock in the afternoon the second new fence had risen, and this example would not have been misplaced around the exercise yard of St. Quentin: 1.90 high, the posts yet deeper in the earth, the crossbeams doubly fortified, and thick braids of barbed wire from post to post plus trails of foil crackling sinister inthe wind. At night the tension mounted, we were silent, ate in silence and went to bed immediately after. In the night I awoke and went to the verandah – noticed my Mother, this time in a morningcoat, on the lookout behind the toilet – noticed the cows and their bull, they numbered about ten, standing and watching the new fence about ten meters away from it, a look of patient frustration upon their faces.
My Mother had won.
But a week later my Mother’s pride and glory formed the object of different gatecrashers: a swarm of crows, eager and beady-eyed and sharp pecking beaks – the instant the kitchengarden lay deserted they would descend right into the strawberrybed and the pumpkinbed to feast upon the fresh field crops. A day after their dubious welcome visit I spotted my Father busying himself with a very large roll of fine wiremesh and a box filled with slats. Around four o’clock that same day all the low growing crops were covered by a protective layer of mesh drawn across the slats, driven in the soil. The tomato- and beanstalks had not been left to their own devices but stood smiling behind their grey mesh voile. My Father possessed two right hands.
Goodnight,
Mabelia Van Amberhoven