Amsterdam, maandag-Monday 28-11-16

23.49
Dus ik zeg tegen R. “Nou, bevrijd de aarde van technologie en waar zijn we anders dan terug bij af, gezeten voor de grot met een paar brandende fakkels, kauwend op brokken zwijnenzwoerd.”

De aanleiding tot deze uitspraak was mijn eigen paradoxale doen en laten. Het is zo dat ik afgelopen nacht vergeten was om het keukenlicht uit te doen, wat feitelijk een verspilling van kostbare energie betekent. Dus, ik als de rare vogel die ik ben, besloot dit te compenseren door mijn avond door te brengen zonder de gebruikelijke plafondverlichting; dit zou geen bijzonder ongemak vormen, aangezien ik een paar kaarsen en enige waxinelichtjes kon branden, net als in de dagen van weleer, toen de mensen om de tafel zaten, kaarsen en lantaarns verlichtten de kamer en wierpen dansende schaduwen op de muren. En op dit punt doet de paradox zijn intrede: buiten de kaarsen en de theelichtjes wordt mijn keuken ook verlicht door de monitors van mijn twee laptops – dus mijn keuken is waar oud en nieuw elkaar treffen.

En ik dook in nog meer oude zaken, eerder vanavond: met opgerolde mouwen beukte ik op het wasgoed in de grote gele granieten bak (officieel “lavet”) in de doucheruimte – ik doe dit zowel bij wijze van bezuinigingsmaatregel, wasmachines vreten elektra, en ook om mijn spieren op spanning te houden, met al het boenen, schrobben, plonzen en wringen.
Het geeft een diepe voldoening, de kledingstukken aan de lijn te zien hangen, niet gereinigd door een machine, nee nee, maar door mijn eigen twee blote handen.

Nog meer goede oude tijd: ik las op het Net dat ze in sommige Aziatische gebieden (India, Korea) varkens benutten voor een zeer bijzonder doel, milieuvriendelijk maar niet voor gevoelige zielen. Dit doel dient om de gezinnen van hun afval af te helpen, en niet slechts de restjes van de tafel, maar ook dat wat  door het spijsverteringsstelsel van de gezinsleden is gegaan. Met andere woorden: de term luidt “varkensstal-toilet” en het werkte dan zo, dat de mensen in een buitentoilet door een gat poepten zodat de poep in de varkensstal beneden viel, waar de varken gretig wachtten op het schouwspel van wederom een andere kont die de begeerde inhoud uitstootte.
Wel, de vraag die je zou kunnen opwerpen is deze: wat sluit meer op je smaak aan, een varkenslapje van een varken ingespoten met antibiotica of van een varken vetgemest met stront?
We moeten natuurlijk niet te kieskeurig zijn, en misschien is het maar het beste om *niets* te weten van *niets* op je bord.

ENGLISH

23.49
So I say to R. “Well, free the earth from technology and where are we but back to sitting in front of the cave with a couple of burning torches, chewing on chunks of boar rind”.

The cue for this utterance were my own paradoxical ways. The thing is that past night I had forgotten to switch off the kitchen light, which basically means a waste of precious electricity. So, me being my weird me, I decided to compensate and spend my evening without the usual overhead lighting; this would not be a major inconvenience, seeing I could burn a couple candles and tea warmers, just like in the old days, when people sat around the table, candles and lanterns lighting up the room, casting dancing shadows on the walls. And here is where the paradox comes in: apart from the candles and tea warmers my kitchen is also lit by the monitors of my two laptops – so my kitchen is where old meets new.

And I plunged into more old stuff, earlier this evening: with rolled up sleeves I pummeled the laundry in the huge yellow granite basin in the shower room – I do this both as economic measure, washing machines devour electric power, and also to power up my muscles, what with all the scrubbing and splashing and wringing.
Gives a deep sense of satisfaction, to see the garments and the towels hanging from the line, not cleaned by a machine, no no, but by my own two bare hands.

More good old times: I read on the Net that in some areas in Asia (India, Korea) they employed pigs for a very special purpose, environmentally friendly though not for the fainthearted. This purpose being to rid the families of their waste, and not just the scraps from the table, but also the stuff that passed through the digestive tracts of the family members. In other words: the term is “pigsty toilet” and it worked like the humans pooping in an outhouse through a hole so that the poo dropped into the pigsty below, where the pigs eagerly awaited the spectacle of another butt emitting the desired content.
Well, the question raised could be: which would you be more to your taste, a pork chop from a pig injected with antibiotics or from a pig fattened with shit?
We must of course never be too finicky, and perhaps it is best not to know *anything* about *anything* on our plates.