Amsterdam, donderdag-Thursday 13-07-17

01.07
Mijn vermoeden was juist, Chris Froome is een trol. Gevraagd door een journalist of hij Dumoulin als een bedreiging zag, antwoordde hij met: “Nou, hij moet dan wel een zak wegwerp luiers meenemen (…)“, verwijzend naar Tom’s plotseling nodig moeten gedurende een etappe in de Giro dit jaar. Ik wist het, ik wist het steeds, Froome is een eikel.

Er is een angstig gebrek aan zaken om het over te hebben. Het grootste deel van de dag hang ik rond in huis, en ik doe niet eens moeite om naar de brievenbus te gaan, ik bedoel de fysieke, de doos in de muur, voorzien van een sleuf, zodat de postbode/postvrouw de envelop in de doos-in-de-muur kan laten vallen. Alle shit komt op me af recht vanuit deze rechthoekige, platte, zwarte doos, de laptop. De goede dingen trouwens ook. Laten we niet te knorrig zijn.
De komkommerplant, die ik hield voor een sperzieboon, levert grote gele bloemen op en…. minieme komkommers. Ik staar er naar met ontzag en durf ze amper aan te raken, op gevaar dat ze van de stengel zouden vallen. Deze schuchtere augurkjes  zijn bleek, wittig-groen, bedekt met kleine zwarte pikkeltjes. Aan het ander eind van de rij manden, emmers, dozen, kommen, tonnetjes en potten, gevuld met bloeiende planten, staat een geheimzinnig groeisel – ik kan het niet identificeren. Zo’n veertien dagen geleden ontsproten er bloemen aan, ze zijn groot gegroeid en geven een aangename zoete geur af.
Ik zou gaan rolschaatsen of fietsen (wat ik gisteren deed) maar de Tour de France houdt mij aan mijn laptop gekluisterd.

Laatst hurkte ik bij mijn bloemen neer, om ze water te geven, en dan het gemorste water op te dweilen van de galerijvloer en ik keek even naar links: daar zag ik nog steeds de grijze plastic vuilniszak, uitpuilend van de afgedankte kleren van mijn buurman – zo’n twee meter verderop, hing een enorme witte tas aan de deurknop, vol troep en zelfs zakjes gevuld met poepluiers van hun peuter – de zak en de tas ontsieren hun galerij onderhand al een kleine drie weken – een bezem en een vuile emmer flankeerde de (geopende) voordeur aan de ander zijde – vanuit het huis drensde een mannelijke zanger een  drenzerige islamitisch religieus lied – mijn eigen radio, in de keuken, waarvan ik flarden kon opvangen, speelde “Jessica” van de Allman Brothers Band – ik stond op, gieter in de hand, en beoordeelde de situatie: wat leef ik een leven van weelde, vergeleken bij de spirituele armoede één deur verderop: rotzooi over hun stoep gestrooid en nare rasperige onmuzikale muziek die religieuze indoctrinatie verspreidt achter hun deur – en kijk dan eens naar mijn eigen strookje galerij, het toneel voor een dikke rij schitterende planten, iedere dag schieten ze in bloei, dan hoor ik mijn geweldige muziek die aan mijn flat ontsnapt, de erfenis van onze rijke westerse cultuur (wanneer het niet zo propagandistisch overkwam zou ik dat zinnetje hebben laten eindigen met een uitroepteken…) en dan denk ik: “Ik ben dankbaar voor mijn cultuur en ik ben bereid om ervoor te strijden.”

 

ENGLISH

01.07

My hunch was correct, Chris Froome is a troll. Asked by a reporter whether he saw Tom Dumoulin as a threat, he responded by saying: “Well, he will have to take a bag of disposable nappies with him (…)”, alluding to Tom’s sudden call of nature during a stage in the Giro this year. I knew it, I knew it all along, Froome sucks.

There is a frightful lack of anything to report. I hang around the house most of the day, not even bothering to check the mail box, meaning the physical one, the box in the wall, fitted out with a slot, for the mailman/woman to drop the envelop in the box-in-the-wall. All the shit hits me straight from this rectangular, flat, black box, the laptop. The good things too by the way. Let us not be too cranky.
The cucumber plant, which I mistook for a stringbean, is yielding big yellow flowers and… minimal cucumbers. I stare at them in awe, barely daring to touch them, lest they fall from the stalk. These timid cucumbers are pale, whitish-green, covered with little black specks. At the other end of the line up of baskets, buckets, boxes, bowls, jars and pots, filled with flowering plants, is a mysterious growth – I cannot identify it. About a fortnight ago flowers sprouted from it, they have grown tall and give off a pleasant sweet smell.
I would go out to skate or cycle (which I did yesterday) but the Tour de France keeps me shackled to my laptop.

The other day I crouched at my flowers, watering them, then mopping up the leaked water from the gallery floor and I glanced to my left: what I saw was still the gray plastic trash sack, bulging with my neighbour’s discarded clothes – some two meters further down, a huge white  bag hung from the door knob,  full of junk and even bags holding poop-nappies from their toddler  – the sack and the bag are disfiguring their gallery for something like three weeks now –  a broom and a dirty bucket flanked the (opened) front door at the other side – from within the house a droning male singer droned Muslim chants – my own radio, in the kitchen, strains of which I could still hear, was playing “Jessica” from the Allman Brothers Band – I rose to my feet, watering can in hand, and assessed the situation: what an opulent life I live, compared to the spiritual poverty right next door: junk littered all over their doorstep and nasty grating unmusical music spreading religious indoctrination behind their door – and then look at my own stretch of gallery, the scene of a thick row of gorgeous flowers, bursting into bloom every day, then hear my great music, escaping from my flat , the legacy of our rich western culture ( I wish to avoid making propaganda but I must confess I came close to ending this sentence with an exclamation mark). And my last conclusion is: “I need to be thankful for my culture and I am prepared to fight for it.”