Amsterdam, dins. op woens. -Tues. on Wed. 18/19-07

02.19
Op maandag was ik in het rolschaatsers-paradijs – een fantastische route ontdekt, helemaal glad, slechts één stukje van zo’n 400 meter slecht oppervlak – de zon scheen, weinig wind, zover het oog reikte kon ik groene groene velden zien, hier en daar wat koeien (de bofkonten, niet opgesloten in een donkere schuur), sloten gevuld met blauw water en eenden erin, en een rijtje bloemkoolvormige bomen op een verre horizon…. en ik was de blije waarnemer van al deze Nederlandse landelijke schoonheid, flitsend over een fietspad op mijn blauwe rolschaatsen.
Later die avond legde ik de meetlat langs mijn route op Google maps en het bleek dat ik 25 en een halve kilometer had afgelegd (wat deels mijn onwillige benen verklaard, op dinsdag, gisteren ).

Het kastje bevestigd aan de binnenzijde van de voordeur was kapot – de scharnieren waarmee het deurtje vast zat lieten los omdat er een barst in het hout zat dus de schroeven hielden het niet meer (klinkt dit plausibel?). Ik hurkte in de schaars verlichte hal, achter de voordeur, en probeerde de scharnieren te repareren met een schroevendraaier en andere gereedschappen. OP het laatste, mijn rug deed zeer, het deurtje lag op de keukentafel, schroeven en scharnieren verwijderd, scheel van het turen naar minieme dingetjes bij slecht licht in het halletje – maar R. stak de helpende hand uit: “Probeer het eens met plakbank…”. Nou, dat werkte, de brede, doorzichtige stroken supertape hielden het kleine deurtje van het kastje op zijn plaats – dat depot is van cruciaal belang met het oog op mijn geestelijke gezondheid Dat namelijk bevat mijn sleutels aan haakjes die uit uit de achterwand van het kastje steken – de grote sleutelbos, waaronder de sleutel van mijn voordeur, en verscheidene andere sleutels die toegang verlenen tot belangrijke kasten in mijn flat. Voor ik deze veilige bewaarplaats voor mijn sleutels had geregeld, ging ik dikwijls door het linkt, letterlijk elke dag, wanneer ik weer eens een of andere sleutel kwijt was. Het werd zo dat ik vreesde voor aan hartaanval gezien de intense stress opgewekt door mijn zenuwgestel wanneer een sleutel niet bleek te zijn waar hij moest zijn. En dat was natuurlijk de kern van het probleem: er was eenvoudigweg geen plek waar mijn sleutels zouden moeten zijn!

Op een dag, in 2004, toen ik langs een gracht in het centrum fietste, zag ik een hoop vuilnis op een hoek, en precies bovenop, dit kleine kastje van blond hout. Ik sprong van mijn fiets, zette hem weg, en pakte het interessante voorwerp van de hoop, inspecteerde het aan alle kanten – het bleek niet beschadigd, dus ik stopte het meteen in mijn fietstas.

‘s Avonds, thuis, zette ik het vast aan de binnenkant van mijn voordeur met een paar spijkers en een hamer. “Beng beng beng” zei de hamer, daarmee was het kastje bevestigd, en dolgelukkig hing ik mijn sleutelbossen aan de haken en dat was dus werkelijk het einde van mijn sleutelellende. Vanaf dat moment is het eerste wat ik doe wanneer ik thuiskom en mijn voordeur openmaak: mijn sleutels toevertrouwen aan het kastje van blond hout.  Zo zijn mijn geestelijke gezondheid en de staat van mijn zenuwen er aanzienlijk op vooruit gegaan. Dus voordat je een pot pillen open maakt of een psychiater bezoekt: het zou zomaar een praktisch probleem kunnen zijn waardoor je zo van streek raakt, dus zoek eerst naar het meest voor de hand liggende alvorens je in troebele wateren duikt.

Ik heb niet half datgene opgeschreven wat er op mijn lijstje staat, alzo zal ik het morgen in orde maken in het ochtendlicht. Ik ben doodmoe en val zowat van mijn stoel.

ENGLISH

02.19
On Monday I was in skater’s paradise – discovered a fantastic route, smooth all over, only one stretch of some 400 meters bad surface – the sun was shining, not much wind, as far as the eye could see green green fields, some cows here and there (the lucky ones not cooped  up in a dark shed), ditches filled with blue water and ducks in it, and a line of cauliflower shaped trees on a remote horizon….and I was the happy observer of all this Dutch rural beauty, flashing along a cycle track on my blue roller skates.
Later that evening I measured my route on Google maps and it appeared I had covered 25 and a half kilometers (which partly explained my unwilling legs on Tuesday, yesterday).

The little cabinet fastened to the inside of the front door got busted – the hinges that held its door in place were letting go because there was a crack in the wood so the screws didn’t hold (does this sound plausible?) . I crouched in the sparsely lit hall, behind the front door, attempting to repair the hinges with a screwdriver and other tools. In the end, my back aching, the door on the kitchen table, screws and hinges removed,  cross eyed from peering to minute thingies in a bad lit corridor, R. came to my rescue: “Try some tape…” Well, it worked, the broad, transparent strips of super tape, held the little door of the cabinet in place – that depository is of crucial importance in regard to my sanity. It namely, holds my keys on hooks protruding from the back panel of the cabinet – the big bunch of keys, among them my front door key, and various other keys for accessing important closets in my flat. Before I had arranged this safe keeping for my keys, I would freak out frequently, literally each day, when once again I had mislaid some or other key. It got so that I feared I might suffer a heart attack, seeing the intense stress triggered by my nervous system if any key appeared to not be where it should be. And that of course was the pinpoint of the problem: there simply was *not* any place where my keys should be!
One day, back in 2004, cycling along a canal in town, I noticed a heap of trash on a corner, and right on top, this little wooden cabinet of blond wood. I jumped from my bike, parked it and took the interesting article from the heap, inspecting it from all sides – it seemed to not be damaged, so I immediately put it in my bicycle bag.
In the evening, back home, I fixed it to the inside of my front door with a couple of nails and a hammer. “Bang bang bang”, said the hammer, the cabinet was then in place, and happily I hung my bunches of keys on the hooks and that was really the end of my key woes. Since then the first thing I do after returning home and opening my front door, is entrust my keys to the cabinet of blond wood. Thus my sanity and the state of my nerves have improved considerably. So before you open a pot of pills, or see a shrink, just remember: it might be still be a practical problem upsetting you, so first look for the obvious before you dive into the muddy waters.

I have not written half of what is on my list, so that will be taken care of in the morning light. I am dead tired and about to fall off my chair.