Amsterdam, vrijdag-Friday 13-12-19

21.30 cet

De nieuwe rechter koplamp zit op mijn autootje, en de krassen knap verborgen onder de nieuwe lak. Ik zal van nu af aan uit de buurt blijven van die bochtige weg, tenminste in het donker, wanneer het zicht slecht is, waar idioten niet hun portie willen inschikken en *jou* dwingen om *hun* bijna botsing te voorkomen door de berm te pakken, waarbij je paaltjes raakt die een scherpe bocht markeren. Bijna opnieuw gebeurd, vorige week, op klaarlichte dag; een vrouw, die geen duimbreed wilde wijken, bleef pats boem midden op weer zo’n zeer smalle polderweg, staan dus ik had geen andere keus dan twee keer die afstand opzij te gaan, mijn wielen behoorlijk in het gras, en dan zette ze haar auto in beweging en had not de brutaliteit on stil te houden ter hoogte van mij achter het stuur, om mij beschuldigende blikken toe te werpen. Ik had het raampje moeten openen om haar te confronteren, maar ik denk dat iemand anders dat voor mij zal doen. Ik zal niet de enige zijn bij wie ze haar stomme trucje flikt en de volgende keer loopt ze tegen de verkeerde aan, let op mijn woorden.

Wat verder: ja, wat ik zal moeten zeggen in mijn bijzondere hoedanigheid, aangenomen dat die dag aanbreekt. Na jaren en jaren mezelf deze vraag te hebben gesteld, blijft het antwoord onveranderd: ik zal helemaal niets kunnen zeggen in mijn bewezen status van Messias. Gewoon niets. Ieder woord wat ik zal uitspreken zal worden gecorrumpeerd, weggegrist, uit elkaar getrokken op net zoveel verschillende manieren als er oren zijn (daar is een woord voor, dat heet “interpreteren”). Mensen zullen mij verkeerd citeren, ze zullen mijn boodschappen verdraaien naar het hen uitkomt, soms opzettelijk, soms onopzettelijk. Mijn woorden zullen in een molen worden gegooid en er weer uitkomen als een brij op een bord.

Daarom zal ik geen zedelijke  regels opstellen om naar te leven, zal ik niets veroordelen, zal ik niets zegenen zal ik geen enkele aardse zaak  of mening ondersteunen, noch in woord noch in daad (afgezien van mijn giften aan organisaties voor dierenwelzijn).

Maar ik zal spreken in mijn kunst. Kun je doden uit naam van een figuur op een tekening of een schilderij? Kan een gedicht een slecht voorbeeld vormen? Kun je misdaden begaan, daartoe aangezet door een fictief personage in een film? Ha! Wat een fantastische vragen! In de loop der  geschiedenis is het nogal eens voorgekomen dat een regering ervan overtuigd was dat het publiek de “verkeerde’ ideeën konden oppakken uit kunst en literatuur en de tekeningen en zo werden de films en de gedichten die inmiddels hun weg naar het publiek hadden gevonden om vervolgens in de vlammen te worden geworpen. Om maar te zwijgen over het lot van de makers…
Echter, wanneer de westerse wereld de westerse wereld  zoals wij die op dit moment van schrijven kennen zal blijven, hoef ik niet tot de bedreigde soorten te behoren. Tenzij natuurlijk wordt beweerd dat iets in mijn kunst/en of schrifturen een bepaalde groep mensen zou “beledigen: want in de eenentwintigste eeuw is “tolerantie” verheven tot *wet*  en vrijheid van mengingsuiting is uit het boek gescheurd – wat zelfs zòver gaat dat ontaarde criminelen nog respect zouden verdienen – en mensen die een passage in een boek of film beledigend achten jegens eigenaren van schurftige honden of anders schurftige individuen zeker zullen proberen om de schepper voor de rechter te slepen.

 

ENGLISH

 

21.30 cet

The new right hand head light has been put in place on my little red car, and the scratches cleverly concealed under new car paint. I am henceforward steering clear of that winding road, at least in the dark, where idiots won’t move over their fair share and force *you* to avoid *their*  near-collision by coursing  through the roadside, hitting the posts that mark a sharp bend. Nearly happened to me last week again, in broad daylight; this woman, not budging an inch, standing still right smack on the middle of that very narrow country road (a different one), waiting for ME to move over  so I had no choice but to move over twice the distance, my wheels well in the grass,  after which she put the car in motion and had the audacity to even stop when abreast of me where I was sitting behind the wheel to cast accusing glances. I should have opened the window and challenged her, but I reckon that someone else will do that for me. I won’t be the only one where she pulls her stupid little trick and next time she’ll run into the wrong one, mark my words.

What else… yes, what to say in my particular capacity, assuming that day arrives. After years and years of putting myself this question, the answer remains unchanged:  I will not be able to say a single thing in my capacity of Messiah. Just nothing. Any word Ik speak will be corrupted, snatched, taken apart, and then in as many different ways as there are ears (there is a word for that: “interpretation”). People will misquote me, they will bend my messages  to suit their needs, sometimes intentionally, sometimes unintentionally. My words will be thrown into a grinder and emerge as goo in a dish.

Therefore  I shall not issue moral rules to abide by, shall not condemn anything, shall not bless anything, shall not promote any kind of earthly matters or opinions, neither in word nor in deed (apart from mij gifts to organizations for animal welfare).

But I shall speak. In my art. Can you kill in the name of a figure on a drawing or painting? Can a poem be your bad example? Can you commit crimes, triggered by  a fictitious personage in a film? Ha! What fantastic questions! In the course of history it has happened a fair number of times that a government was convinced that the public could pick up the “wrong” ideas from art and literature and the pictures, the films and thus the poems  that had meanwhile found their way to the public were rounded up to then from where they had found their way to the public and subsequently thrown into the flames. Not to mention the fate of the makers…
However, if the western world will remain the western world as we know it at this moment of writing, I won’t be an endangered species. Unless of course anything in my art and/or writings is found which would  offend a particular group of people, because in the twenty-first century “tolerance” has been elevated to *law*, with freedom of opinion torn out of the book  – to the point where depraved criminals are said to deserve “respect”- and people who perceive a passage in a book or a scene in a film to be offensive to owners of three legged dogs or else legless individuals  will surely endeavour to drag the creator into court.

To be continued.

Amsterdam, donderdag-Thursday 15-08-19

23.23 cest

So I logged in to this blog and…. the editor was empty. Yesterday’s entry was simply not there. I looked at bottom of page for the “revisions” and noticed the list, but when I copied yesterday’s revision I could not paste it. In short, my beloved browser, Opera, wiped all the 2000+ blog entries which had written since October 24 2010. Great. On the public facing blog all seemed okay, those that I had made public were visible, but inside the blog, the editor was empty.
So, instead of wasting bandwidth going nuts on this page, I shall hastily back up those entries which only exist on this blog. Oh, by the way, all is well using different browsers.

Later: in a fit of anxiety I backed up all the most recent posts, dating back to June this year. I was given a suggestion by an Opera user in the Opera forum, and now I can actually paste in text in the editor, but when I update…. the editor goes empty again. Total  mess. Thank you Opera…. Ouch, it really hurts,   and to think, Opera’s spellchecker is so great, I really hope this bug will be fixed.

Update: It has been fixed. Either Opera staff pushed a fix or else WP staff pressed a switch, but Opera, which offers the best spell check, is ready for use again.

Amsterdam, donderdag-Thursday 07-03-19

13.34 cest

Ik kan mijn posten niet langer publiceren. Dit is de tweede keer dat ik openbaarmaking moet staken. Een trol ergens op een of andere site leest deze posten en verdraait alles wat ik schrijf en gebruikt mijn woorden tegen mij ; deze verdraaiingen van mijn woorden vind ik terug in het forum, waar hij nu en dan zijn onplezierige commentaren spuit. De gast is een geestelijk laag ontwikkelde psychopaat die de obsessieve drang voelt om mensen pijn te doen en te beledigen, op allerlei manieren alsook op pathetische wijze op te scheppen over zijn eigen intelligentie en artistieke verrichtingen.  Wanneer ik een geaccrediteerd schrijver zou zijn, zou deze omstandigheid niet spelen. Dit persoon mag geen enkele toegang hebben tot de vrucht van mijn geest, om die te besmetten.

Sowieso zou ik het openbaar publiceren tot een halt hebben geroepen, gelet op de “leen”, de pakken-wat-je-pakken kan cultuur op deze glorieuze uitvinding, het Internet.

ENGLISH

I can no longer publish my posts. This is the second time I need  to stop the publication. A troll somewhere on some site reads these posts and twists everything I write, to then use  my words  against me; I can retrieve the twisted versions of my words in the forum where he spouts his unpleasant comments now and then. The guy is a psychopath of low mental development who feels the compulsive desire to hurt and offend people, in all manner of ways besides bragging about his intelligence and his artistic achievements.  Had I been an accredited writer this circumstance would not come into consideration. The  person should not have any access to the fruit of my mind, which then becomes tainted.

I would have halted posting as “public” anyway, with a view to the “borrowing”, the grab-what-you-can culture on this glorious invention, the Internet.

Amsterdam, Zaterdag-Saturdag 09-02-19

00.34 cet
‘s Anderendaags dacht ik ineens ineens aan Kikker en Lieveheersbeestje. Ik weet niet waarom. Noem het de ontraceerbare wegen van de geest. Ik wist natuurlijk wel waar ze mij door mijn dagen hadden gebracht, namelijk op het Internet, maar de naam van die pagina was me ontgaan…. het moet ergens op Google zijn geweest, maar waar….. ik vroeg het mij hardop af en R. riep vanuit de andere kamer: “iGoogle…”
Inderdaad! iGoogle, die heel coole gepersonaliseerde startpagina, met zo veel plezierige accessoires: ‘Dagelijks literair citaat”, wat citaten vermeldde gerelateerd aan litearatuur, “Dagelijke IK”, wat de actuele stemming en gevoelens van de gebruiker liet zien, korte brokjes nieuws, het weer, een puzzel (als mijn geheugen mij niet bedriegt), een vertaaldienst en nog andere zaken, die ik zelden gebruikte. Welnu, boven deze verzameling tof spul stond een omslag, en hier komen Kikker en Lieveheersbeestje om de hoek kijken: die twee speelden de hoofdrol in een specifiek omslagthema ontworpen voor iGoogle.
Nadat ik de pagina in kwestie had ontdekt, min of meer per toeval, werd ik onmiddellijk verliefd op de twee schepsels die hun dolce far niente levens leefden op een weelderig groen veld, waar de zon door de lucht reisde, net als in de werkelijkheid: van de vroege ochtend naar de middag, naar de avond en tenslotte naar de nacht, wanneer de verduisterde hemelen gevuld waren met flonkerende sterren neerkeken op Kikker en Lieveheersbeestje, die hun marshmallows in het vuurtje roosteren… het was magisch! In feite verzachtten Kikker en Lieveheersbeestje de stress die ik al had ervaren gedurende het voorafgaande jaar, in mijn pogingen om greep te krijgen op deze nieuwe ‘huisgenoot”, mijn eerste laptop, die zijn intrede had gedaan in mijn onderkomen, februari 2007. Zes hele jaren waren Kikker en Lieveheersbeestje het eerste wat ik zag na het opstaan (afgezien van R’s gezicht), zoals ze op de het groene gras zaten te genieten van het goede leven in hun zonnige wereld die geen grijsheid, somberheid en koude natte sneeuw kende.

Noot: de bijbehorende illustraties van de besproken thema’s staan in het Engelse gedeelte.)

Dus dit was het almaar veranderende Internet. Ik leefde nog in een wereld waar kranten de decennia trotseerden, waar firma’s werden opgevolgd, eeuwenlang van vader op zoon of dochter, op kleinzonen en kleindochters en hun kroost tot op de dag van heden, die alle vochten voor hun nering en hun merk. Nu en dan, wanneer ik door mijn geboortestad fiets, vallen mij de vreemd lege ramen van een bekende winkel op en een biljet op de deur waarop staat te lezen dat de tijd gekomen is om die deur voorgoed te sluiten. En steevast doet mij dit verdriet; weer een  vertrouwde plek, op de kaart in mijn geest geëtst, dood en begraven, opgeofferd aan onbekende krachten en hindernissen. Welke van de nieuwe winkels die opkomen in de oude straten zullen er nog zijn om mij uit te zwaaien, over nog eens dertig jaar? Aangenomen dat ik honderd word? Zal ik trouwens nog fietsen, om de lege ramen te zien van bekende winkels, opgezet toen ik slechts zeventig lentes jong was?
Terug naar Kikker en Lieveheersbeestje: Op een dag, in 2012, ergens in de zomer, kwam het ontstellende nieuws dat iGoogle zou worden opgeheven – de bijl zou vallen op 1 november 2013. Nauwkeurigheidshalve: dat was niet mijn eerste kennismaking met het “eeuwig veranderende” karakter van het Net; reeds was ik al een aantal keren zwaar beproefd geworden toen Google Docs hun indeling hadden “geüpdatet”, waardoor je genoodzaakt was om je door links en knopjes heen te worstelen om je spullen terug te vinden die verstopt waren op andere plekken op de pagina’s. Om nog meer te zwijgen van de plotseling renovatie van Flickr op 20 mei 2013, een gebeurtenis die de leden volkomen verpletterde en een enorme commotie veroorzaakte die het Help Forum bijna kapot maakte.

Vanaf dat moment telde ik de dagen tussen mij en die noodlottige datum. Iedere dag samen met mijn kostbare metgezellen was mij dierbaar, dierbaarder dan ooit tevoren, want…. je weet niet wat je hebt tot je het niet meer hebt. Het verbaasde me niet echt dat ik zo gehecht kon raken aan iets zo abstract als een Internetpagina – dat is de menselijke natuur, met een natuurlijke neiging om zich te hechten en een natuurlijke afkeer van veranderingen, het soort veranderingen die de soepele vertrouwdheid met de routine van de uren verstoren. En trouwens… voor hetzelfde geld zouden Kikker en Lieveheersbeestje fysieke creaties zijn geweest, van zachte stof; zo langzamerhand vervagen de grenzen tussen het abstracte en het fysieke.
De dag kwam almaar naderbij en plotseling was het zover – een verlaten laptop monitor beantwoordde mijn blik – mijn vervanging voor Kikker en Lieveheersbeestje was niet wat je noemt effectief om mij over de leegte heen te helpen, een soort episch tafereel, ik meen afkomstig van Lord of the Rings, alhoewel ik mijn best deed het te accepteren. Reeds was ik mensen tegengekomen in een Google forum die, net als ik, de dood van Kikker en Lieveheersbeestje betreurden, net als de andere verrukkelijke thema’s – samen rouwden wij.

Ik had van een omslag uit de serie een schermafbeelding gemaakt, ik geloof de eerste, waar Kikker en Lieveheersbeestje ontbijten om zes uur, en nu en dan haalde ik die schermafbeelding tevoorschijn om er een liefdevolle blik op te werpen. Maar ja, hoe gaat dat, de dagelijkse drukte van je Internet klussen overvleugelen de moeite om een folder op te roepen waar je dan blikken van genegenheid op een schermafbeelding werpt. Trouwens, ik ben nooit overgestapt op enigerlei namaak iGoogle die voorhanden schenen te zijn – of het is het origineel of anders helemaal niets, basta.
Maar, zoals ik zei, dingen die je ooit hebt liefgehad kun je niet vergeten, ze nestelen zich in een of ander onopvallend hoekje van je hart en leven stilletjes door – totdat een plotseling signaal je geheugen in beroering breng, zoals ‘s anderendaags toen Kikker en Lieveheersbeestje mij in gedachten kwamen. Ik begon het Net af te zoeken voor tekenen van hen (merkwaardigerwijs had ik nooit eerder een dergelijke zoektocht ondernomen) en al gauw bevond ik mij op deze pagina, precies in de kern van de zaak, de site van Kikker en Lieveheersbeestje’s schepper. Kennelijk vergt het tijd om bronnen en bestemmingen te vinden – ik besloot de meester te schrijven, bij name van Trevor Van Meter, en hem kond te doen van mijn genegenheid voor zijn schepping. Hij antwoordde meteen de volgende dag al en onthulde zijn eigen liefde voor zijn iGoogle thema’s en zijn eigen verdriet om Google’s beslissing hen naar de archieven te verbannen.

Kijk, ik wist het, Kikker en Lieveheersbeestje, De Wasbeer Familie, JR en De Mensen bij de Bushalte zijn niet zomaar “banner kunst”, ze hebben een ziel.

Dank je wel Trevor!

ENGLISH

00.34 cet
The other day the Frog and the Ladybug suddenly popped into my thoughts. I don’t know why. Call it the untraceable ways of the mind. I knew of course where it was they had taken me through my days, namely on the Internet, but the name of the page eluded me… it must have been on Google somewhere, but where … I wondered out loud and R. called from the other room: “iGoogle…”
Indeed! iGoogle,  that very cool personalized Google start page with so many enjoyable features: “Daily Literary Quote”, which served up literature related quotes,  “Daily Me”, displayed user’s “current mood and feelings”, snippets of news, the weather, a puzzle (if my memory does not deceive me), a translate service,  and other features, which I rarely used. Now, atop this collection of great stuff sat a cover, and that’s where the Frog and the Ladybug come in: those two played the leading part in a specific cover theme designed for iGoogle.
After discovering the page in question, more or less accidentally, I instantly fell in love with the two creatures living their lives of leisure on a luscious green field where the sun traveled through the skies, just like in real life: from early morning to afternoon, to evening and finally night time, when the darkened heavens filled with twinkling stars looked down upon Frog and Ladybug roasting their marshmallows in the fire….  it was magical! In fact Frog and Ladybug did a lot to mitigate the stress I had already encountered over the year that had passed, trying to come to grips with this new “room mate”, my first laptop, which had entered my dwelling  in February 2007. For six whole years the first thing that I saw after rising (apart from R.’s face.) were Frog and Ladybug, on the green grass, enjoying the good life in their sunny world that knew not of gray, gloom and sleet.

 

So this was the ever changing Internet. I still lived in a world where newspapers braved the decades, where firms were passed on from founders centuries ago to sons and daughters and grandsons and granddaughters and their offspring to the present day, who all battled for their trade and their brand. Now and then, riding my bicycle through my home town, I notice the strangely empty windows of a familiar shop, and a paper stuck to the door, announcing the time has come to close that door for good. It never fails to sadden me; another landmark etched upon the map of my mind,  dead and gone, sacrificed to unknown powers and obstacles. Which of the new shops that spring up in the old streets will be still there, to see me out, in another thirty years’ time? Assuming I get to be a centenarian? Will I still ride a bike anyway, to notice the empty windows of familiar shops, founded when I had the delightfully tender age of seventy?
But back to Frog and Ladybug. One day, in 2012, somewhere in the summer, came the dismaying news that iGoogle would be discontinued – the ax was scheduled to fall on November 1, 2013. To be sure, that was not my first acquaintance with the “ever changing” nature of the Net; already I had been heavily taxed a number of times when Google Docs “updated” their layout, which necessitated struggling through the links and buttons, to find your stuff hiding in different locations on the pages.  Not to mention the sudden revamp of Flickr on May 20. 2013, an event which totally overwhelmed members and caused a tremendous upheaval that almost broke the Help Forum.

 


 

From then on I counted the days between me and that fateful date. Each day with my little iGoogle companions was  precious to me, more precious than ever before, because… you don’t now what you’ve got till it’s gone. It didn’t really surprise me that I could get so attached to something so abstract as an Internet page – that is human nature, with a natural bent for attaching itself and a natural dislike for changes, the kind of changes that disturb the smooth familiarity of hourly routine. And anyway… for that matter Frog and Ladybug could have been physical creations, of soft materials, by the by the borders between the abstract and the physical are fading.
The day grew nearer and nearer and suddenly it was there – a deserted laptop monitor stared back at me – my replacement for Frog and Ladybug did not do much to help me get over the emptiness, some sort of epic scene, I believe taken from Lord of the Rings, though I tried to hard to accept it. Already I had found some people in a Google forum who, like me, deplored the demise of Frog and Ladybug, as well as the other delightful themes – together we mourned.

 

 

I had screenshotted one of the series, I believe the first one, where Frog and Ladybug are having their breakfast at six am and now and then I would call up the screenshot to give it a fond look. But how it goes, the daily bustle of Internet chores overtakes the trouble of calling up a folder  to cast loving looks at the interred companions on your hard drive. Coincidentally I never went for any kind of emulation of iGoogle which seemed to be available – it’s either the real thing or not at all, period.
But, as I said, things once loved cannot be forgotten, they settle down in some inconspicuous  corner of your heart and quietly live on – till a sudden signal stirs your memory, as it did the other day, when Frog and Ladybug popped into my mind. I began searching the Net for signs of them (strangely I had never undertaken such a quest before), and soon I found myself on this page  right in the heart of the matter, the site of Frog and Ladybug’s creator. Apparently it takes time to find sources and destinations – I decided to write to the master, by name of Trevor Van Meter, and tell him of my fondness of his creation.  He  responded, the very next day revealing his own love of his iGoogle themes and his own sadness at Google’s decision to ban them to the archives.

See, I knew it, the Frog and Ladybug, The Raccoon Family, JR, and the people at The Bus Stop, are not just any kind of “banner art”, they have a soul.

Thank you Trevor!

 

 

Hello world!

Welcome to WordPress.com. This is your first post. Edit or delete it and start blogging!